Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

174

NEDERLANDSCH VERSRYTHME.

mogen wij dus niet uitgaan van zekere vaste eigenschappen, die de lettergrepen onderling van nature en noodzakelijk zouden onderscheiden. Dit deden intusschen alle oudere theorieën. Integendeel hebben wij te beschouwen, hoe en waardoor het rythme de doode onverschillige stof van het woord-materiaal tot een levenden en elastischen gang opwekt. Zoo sprak ook Rousselot van „les syllabes qui, prononcées isolément, ont presque toutes la même durée" en van hun nadere differentiatie door de rythmische behoefte (Principes p. 1094). En nieuwere Duitsche geleerden gingen eveneens uit van gelijken syllabe-duur als norm, b.v. Heusler *): „unsre gewöhnüchen deutschen Jamben- und Trochaenverse bestehn, im Sprechvortrag, aus Spondeen — oder wenn man heber will aus Pyrrhichiën; Zdtverhaltnis 1 : 1".

') Andr. Heusler, Deutscher und antiker Vers u.s.w. Strassburg 1917 (Quellen u. Forsch. u.s.w. no. CXXIII) S. 47.

Sluiten