Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET RYTHMISCH GEVOEL.

Indien wij er thans toe overgaan het verschijnsel rythme als zoodanig tot onderwerp van beschouwing te maken, betreden wij hiermee een gebied van bijkans onbeperkten omvang. De term doorloopt in de vaktaal der muzische en beeldende kunsten en zelfs daarbuiten talrijke schakeeringen van beteekenis, van de meest eenvoudig technische tot de vaagst aesthetische; als z a a k is het een voorwerp van de meest elementaire schoolmeesterij zoowel als van nauwelijks nader bepaling duldende devotie 1).

„La philosophie et la physique, la musique et rart plastique, la sociologie et la pédagogie ont tout a tour entrepris 1'étude de la lythmique. Le seul fait que presque toutes les sciences et tous les arts se sont occupés du rythme, semble prouver que le rythme n'appartient a personne, a aucune „spécialité"; il fait partie intégrale de notre être et de la nature", aldus begint O. L. Forel een studie, waarin hij op zijn beurt de medisch-psychologische wetenschap over dit onderwerp aan het woord laat2).

Wij beperken ons tot het rythme als menschelijke functie en laten dus al die verschijnselen buiten beschouwing, wier tijdkundige regelmatigheid zich aan onze rythmische oriëntatie onttrekt, b.v. de wisseling der jaargetijden of den loop van hemellichamen. Zoodanig beperkt behoort de leer van het rythme deel uit te maken van de vergelijkende muziekgeschiedenis, opgevat als critisch-historische wetenschap in anthropologischen zin. Deze wetenschap der muzische kunsten ligt nog in haar windselen en is zich nog nauwelijks bewust, wat haar roeping en haar beginselen moeten zijn; zeker mag zij poëzie en dans niet buiten

*) Vgl. over de geschiedenis van term en begrip de zeer lezenswaarde studie „Rhythmus" van Eugen Petersen in Abhandl. d. K. Preuss. Ges. d. Wiss. zu Göttingen, Phil.-Hist. Kl. N. F. XVI nr. 5, Berlin 1917.

2) O. L. Forel, Le Rythme, Étude psychologique, Diss. Bern 1920 (overdruk uit Journal fttf Psychol. u. Neurol. XXVI, 1, Leipzig, 1920).

Sluiten