Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

178

NEDERLANDSCH VERSRYTHME.

netningsindruk van het geheele verschijnsel in zijn uitgestrektheid voor ons mogelijk maakt.

2. Het rythme van eenig waarnemingsvoorwerp in tijd en ruimte is de, naar aanleiding van door oog, oor of een ander zintuig overgebrachte indrukken, door ons rythrnisch gevoel ondervonden aandoening.

3. Het rythme van eenige menschelijke bewegingsuiting is de, ten gevolge van al of niet bewusten invloed van het rythrnisch gevoel van den handelenden mensch, door zijn bij de werking betrokken lichaamswerktuigen in acht genomen of benaderde geregeldheid ten opzichte der tijdgeleding (een geregeldheid die geen gelijkmatigheid behoeft te zijn).

Indien hier de rytnnüsche beweging als mogelijk wordt beschouwd in den tijd en in de ruimte, geschiedt dit niet om ook het gebruik van den term in de aesthetiek der beeldende kunsten onder de bepaling te begrijpen. Deze toch is in beginsel zeker, een begrips-overdracht, nml. van werkeüjke beweging op eigenlijke bewegingloosheid, al kunnen dan ook onderscheidingen als symmetrie en „evenwichtigheid" misschien nauw met de rythmische verwant blijken. Met rythme in de ruimte zijn hier echter alleen bedoeld die werkelijke bewegingen, die niet of niet alleen door het oor tot ons komen, zooals de beweging van een machine of van een boomtak in den wind, hetzij wij dien alleen zien of ook met de huidzenuwen voelen, of ook bewegingen die door anderen of door ons zelf zonder of niet alleen met geluid worden voortgebracht. Men zal niet verwachten dat hier wordt ingegaan op de vraag, waar in ons centraal zenuwstelsel de zetel van het lythmisch gevoel gezocht zou moeten worden *) en houde mij ten goede dat ik dit desondanks als een „zintuigehjk vermogen" aanduidde, of anders als een Waarnemings- en onderscheidingsfunctie. Als zoodanig kan het bestaan daarvan bij alle menschen worden ondersteld, hoewel in verschillende scherpte en verfijning, d.w.z. in verschillende mate dwingend. Steunend op het van oogenblik tot oogenblik in ons waakzame gevoel van den voortgaanden tijd, levert deze lythmische zin een onwillekeurigen maat-

*) Men zie hierover b.v. de genoemde studiën van Meumann, Verriest en Forel.

Sluiten