Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET RYTHMISCH GEVOEL.

179

staf op bij al onze waarnemingen, en doet hij zich gelden als een eisch tot bevrediging of een voorkeur bij onze willekeurige bewegingen.

Noodzakelijk voelbaar doet de voortgaande tijd zich aan ons voor in onze eigen onwillekeurige hartbeweging. Vergehjking met dit tempo zal zeker veelal bijdragen tot het gevoel van gehaastheid en traagheid of van snelheid en langzaamheid in de opeenvolging van afzonderlijke waarnemingsfeiten. Een andere, wel binnen zekere grenzen wülekeurige.maar toch gedwongen zich herhalende werking is onze adernhaling, die ongetwijfeld bij zal dragen tot het besef van een rythmische periode en van de daarin voelbare kortheid," slapte, spanning, breedheid of gerektheid. Bij andere geheel willekeurige bewegingen van ledematen, die evenals de genoemde een doorgaande reeks vormen, b.v. loopen, draaien of stampen, komen behoeften van gevoel en gemak zoodanig overeen, dat zij nauwelijks te scheiden zullen zijn. Hetzelfde rythme dat de handelende mensch daarbij aan zijn beweging geeft, wordt echter door zijn eigen waarnemende gevoel- en gehoorzintuigen wederom naar zijn rytlmiisch onderscheidingsorgaan overgebracht als een voelbare tijdverdeeling. Evenzoo het buiten den ruiter ontstane rythme van den stap of draf van een rijdier. Dit alles slechts als herinnering, dat een dergelijk algemeen menschehjk rytlmiisch onderscheidingsvermogen inderdaad op reëelen grondslag bestaan kan en moet, zoodra er een menschehjk vermogen bestaat tot opvatten en navolgen. De vraag of ook bij dieren een rythrnisch gevoel zou kunnen bestaan, dat een op de menschelijke gelijkende bevrediging zou zoeken, kan bier ter zijde bhjven.

De krachtige, ook onwillekeurige wisselwerking tusschen waargenomen rythmen en het rythme van eigen bewegingen is reeds vaak opgemerkt. Een duidelijk rythme buiten ons wekt ons op tot gelijke beweging. Rythmische geregeldheid vergemakkelijkt de herhaling eener op zich zelf misschien moeizame handeling. Wij zelf kunnen ons deze vergemakkehjking verschaffen door een niet in de handeling zelf gegeven rythme daarbij in acht te nemen of dit door rythmische werkingen van andere organen vergezeld te doen gaan en te versterken, b.v. door tellen, roepen, zingen, klappen, stampen of den romp buigen, wenden of wiegen. Dergehjke geluiden, gebaren en bewegingen maken wij ook louter op zich zelf alleen ter wille der aandoening. Het is bekend en door

Sluiten