Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

182

NEDERLANDSCH VERSRYTHME.

Elke klokketoon vult hier een £ maat, welke maten echter paarsgewijs samenhooren en zoodoende het 2/x type doen hooren.

In het tikken van een kleiner klokje en een horloge.die ik rustig aan de schrijftafel beluisterde, kwam ik sinds jaren steeds tot dezelfde verdeeling, als ik even op hun geluid opmerkzaam werd. Beide waren te snel om éen voor éen gewaardeerd te worden; bij het klokje hoorde ik steeds paren, bij het horloge bij voorkeur drielingen. Wilde ik het rythme voortzetten en de maten tot perioden groepeeren, dan kwam ik bij het klokje tot 2 x 2 of 3 x 2, of tot grootere geheele phrasen van 2 X 4 of 3 X 4 of 2 X 6. Tegen de vorming van eenvoudige drieslagsmaten verzette mijn gevoel zich krachtig; indien ik mij hiertoe dwong, bracht dit onmiddellijk een algemeene zenuwachtige onrust en gehaastheid te weeg. De slagen waren blijkbaar van zoodanigen afstand, dat ik ze alleen paarsgewijs in behagehjkheid kon opnemen. Ik controleerde of wellicht eenig dwingend geluidsverschil tusschen den heen- en weer-tik van het anker hiervan de oorzaak kon zijn; het bleek echter mogelijk ook maten met oneven aantal slagen te hooren. Indien ik namelijk mijn drieslagsmaten tot triolen in een grooter maatgeheel verlaagde, en telkens alleen de eerste van drieën als vollen slag opvatte, ontstond er een goede en rustige 6/8 (2 x 3) of 9/8 (3 x 3) maat-groep; ik kon zelfs zonder veel moeite een afwisseling van */8 en 2/8, dus groepen van 5 (3 + 2 of 2 + 3) vormen.

Het aanmerkelijk sneller tikkende horloge gaf meestal onmiddelhjk 8/8 maten en ik groepeerde die gewoonlijk van zelf tot 6/8 (2 X 3). Deze 6/8 maat kon ik zonder bezwaar tot een 8/4 (3 X 2) omkeeren; ook 2/4 (2 x 2) of % (2x2x2) was mogelijk. Door becijfering trachtte ik het mogelijk verband te vinden tusschen deze zich steeds gelijk herhalende gegevens en het rythme van mijn polsslag en adernhaling in dezelfde rustige zittende houding; ik vermeed aldus de lythmische gewaarwordingen zelf tegelijkertijd op mijn gevoel te laten werken, om niet pols of adem suggestief te beïnvloeden. Meerdere en scherper gecontroleerde proefnemingen zouden hier natuurlijk noodig zijn. Voorloopig kwam ik aangaande mijn persoonlijk rytlmiisch gevoel tot den indruk, dat een behagelijke rustige eenheidsmaat niet korter moet zijn dan de duur tusschen twee polsslagen, en dat een rustige groep van maten of periode niet langer moet zijn dan een in- of uit-

Sluiten