Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

202

NEDERLANDSCH VERSRYTHME.

en, in zijn vooroordeel blijvend, daarbij de volstrektheid slechts onderstelt. Het blz. 198 gegeven voorbeeld

vertoont een zeer groot verschil in duur tusschen sommige lettergrepen. Wordt het zinnetje in deze rythniiseering aaneen, b.v. in één mtadenüng, gesproken dan zal de exacte verhouding van 1:2:4 vrijwel worden waargenomen. Men kan echter neiging hebben hetzelfde rythme, b.v. in iets langzamer tempo, door rusten te onderbreken, die dan in de plaats treden van het langer aanhouden der lettergrepen vraagt en -valt. Het ophouden van den geluidstroom versterkt het rythrnisch gewicht der laatst gehoorde lettergreep reeds voldoende. Indien Hij vraagt als twee gelijke J | J wordt uitgebracht, hoeft de daarna volgende rust niet exact de lengte der tweede J- te hebben. Ons rythrnisch gevoel verbindt aan het gehoorde uit zich zelf reeds de waarde eener maat, die het o r>rinri ir> knmetrisch verband met het nog komende wil rang-

nog wel als een -f- maat aanduiden. Deze rust kan echter ook zoo kort gemaakt worden, dat het rythrnisch gevoel aanleiding vindt tot een andere opvatting. Zij kan zoo vluchtig zijn, dat het na „vraagt" verder luistert en de volgende vier lettergrepen in het isometrisch verband begrijpt, eer het een nieuwen weerslag onderstelt. Wij krijgen dan een slepende £ maat, waarin de 2e tel een duidelijk overwicht heeft boven de 3e

In deze maatverdeeling kan het zinnetje weer evengoed mét als zonder de genoemde rusten worden uitgebracht. Dit geval toont, hoe bij gehjkbhjvende rythmische opvatting van den zin, de normalisatie van onze gevoelswaardeering tot quasi-exacte tijdwaarden verschülend kan zijn. Dit is van belang, omdat het in de praktijk den overgang tot een eenigszins anders samengestelde maat, die toch de isometrie moet voortzetten, gemakkelijk kan maken.

Sluiten