Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

208

NEDERLANDSCH VERSRYTHME.

langere en enkele andere uitzonderingen. Met de vrisseling van éénen twee-tijdige tonen dienden dus daartoe geschikte tekstsyllaben overeen te komen; ook deze werden aan de strenge muzikale maathouding gebonden en raakten zoo op de bekende wijze in lange en korte verdeeld. Het is mogelijk en waarschijnlijk dat de Grieksche (misschien ook de Romeinsche) spreektaal meer aanleiding gaf tot een dergehjke ondeischd<ling dan de onze. Zou echter ook die spreektaal tot zulk een verschil, althans tot een zoo mathematische uitdrukking daarvan gekomen zijn, zonder den dwang van het muzikale versrythme, die immers ook bij ons een werkelijk merkbaar tijdverschil tusschen aangehouden en korter tekstsyllaben te weeg brengt? Zeker schijnt toch dat de Grieksche moren-theorie meer op een atomistisch denken dan op het gehoor alleen berust. Wie toch zou op zich zelf in een of anderen toon of lettergreep een tweetal tijdeenheden1) onderscheiden? Wie anders, dan die dit wilde, omdat hij zekere voor een heelen toon minder geschikte, onbelangrijker syllaben als kleinere tijdeenheid, en wel als „halve", in zijn systeem van opbouw wenschte te gebruiken?

Wij nemen thans als isochrone tijdeenheid niet de helft eener „lange", doch de geheele volle lettergreep en beschouwen als isochroon rythme in de eerste plaats een in gelijke eenheden afgewogen maatgang. Omtrent de groepeering dezer eenheden tot grootere maatgroepen laat de isochronie in beginsel vrijheid. Het is eigenlijk onverschillig of men bênzibêna, bittot zi bluoda als twee hemistichen van vier gelijke eenheden of als vier maten van telkens twee op wil vatten. Ook in het laatste geval doet zich geen vrije onderverdeeling voor, die het kenmerk der isometrie is, doch een tweeledige hoogere maatvorming. Of men nu ook een meer moduleerende normalisatie toepast en overgaat tot het drie- of beter \\slaffsrvthme van schuitie varen, theetie drinken, doet aan de eigen-

*) Indien slechts lettergrepen met sommige diphthongen als lang beschouwd werden, zou men zich dit nog kunnen voorstellen; dat is echter niet het geval en zou ook nooit den grondslag voor een bruikbare versleer kunnen vormen, daar de groep der langen dan veel te beperkt zou zijn.

Sluiten