Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

verantwoordelijkheid ook wenscht voor het bestuur van onze overzeesche gewesten, is geloof ik een zoo zachte vingerwijzing niet misplaatst, niet alleen niet misplaatst, maar bepaald onvermijdelijk",

dan wordt hier een punt aangeroerd, dat vaak tot wrijving tusschen opperbestuur en landvoogd en tot menig dispuut in de Staten-Generaal aanleiding heeft gegeven en waarvoor eenige scherpere preciseering niet overbodig schijnt.

"Wij hebben ons moeten bepalen tot de verhouding tusschen Koning en landvoogd, terwijl een behandeling van die tusschen gouverneur-generaal, Raad van Indië en Volksraad eenerzijds, en gouverneurs, Raad van Bestuur en Koloniale Staten (Koloniale Raad) anderzijds, buiten het kader viel. Hetzij men voortaan den landvoogd met de departementshoofden in rade wil laten regeeren en het grootste deel van de bestuurstaak aan de regeering in de overzeesche gebieden zelf wil overdragen'), hetzij men in meerdere mate het tegenwoordig stelsel van het eenhoofdig gezag wil handhaven2), in elk geval zal men de verhouding tusschen de landvoogden en den Koning duidelijker moeten afbakenen.

') Aldus het advies van de commissie tot herziening van de staatsinrichting van Ned.-Indië, ingesteld bij gouvernementsbesluit van 17 December 1918, in haar verslag van 1920, blz. 19—23, 85—96, 174—175, 178—179.

2) De regeering bij monde van den minister van binnenlandsche zaken op 17 November 1921 in de tweede kamer, handelingen 1921—1922, blz. 503—505 en 509; zie echter denzelfden minister op 19 April 1922 in de eerste kamer, handelingen 1921—1922, blz. 706.

Sluiten