Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

Suriname het onderwerp beheerscht. Ik meen dus, dat te recht door de Regeering de meening is aangekleefd, dat het koloniaal bestuur alleen en uitsluitend geroepen was de gevraagde verlenging toe te staan. Ware bedoeld art. 164 op dit oogenblik niet aanwezig, niets zou hebben verhinderd dat de Surinaamsche Bank haar verzoek tot verlenging van haar octrooi tot den Koning richtte, om weder bi) Koninklijk besluit het bestaan der maatschappij voor 25 jaren te verzekeren. Thans verbood dat artikel aan den Koning de inmenging in de zaak, en was de regeling van het onderwerp uitsluitend aan den Gouverneur overgelaten. Ik meen dus, dat in dit opzicht, wel verre van tegen de wet te hebben gehandeld, de Gouverneur van Suriname en de Koloniale Staten het Regeeringsreglement behoorlijk hebben toegepast."

Mr. Verniers van der Loeff daarentegen is de tegenovergestelde meening toegedaan').

„Ik geef volkomen toe dat dat reglement geschoeid is op de leest van autonomie, en ik wil in dit opzicht den Minister zelfs nog wel een argument aan de hand doen. In het begin van de Memorie van Toelichting op het oorspronkelijk Regeeringsreglement is reeds destijds juist op den inhoud van art. 164 gewezen als een bewijs voor de doorvoering van het beginsel van autonomie. Ik doe daar dan ook niets aan te kort, maar ik voor mij zou de vraag niet gaarne even bevestigend beantwoorden, als de Minister deed, of die op de autonomie doelende bepaling nu zou medebrengen, zooals de Minister meende, uiUluiting van de macht der Kroon.

Dat wil er bij mij, behoudens nadere toelichting van de zijde van de Ministerstafel op dit oogenblik niet in. Neen. Ik vat het Regeeringsreglement in dien zin op, dat de kolonie autonomie heeft in verschillende opzichten en voor verschillende materies, maar zóó, dat zij altijd subject is aan twee

') Handelingen tweede kamer 1889-1890, blz. 759.

Sluiten