Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

58

niet op elk punt en op ieder tijdstip rekenschap van de handelingen van den Gouverneur-Generaal, als van zijne eigene daden geven,

terwijl op 31 October 1871 achtereenvolgens de minister van koloniën Van Bosse (1871.—1872) en de oud-gouverneur-generaal mr. Duymaer van Twist het volgende laten hooren:

„Ik moet de aandacht van de geachte sprekers, die bedenkingen hebben geopperd omtrent hetgeen ik daarover zeide, óp ééne omstandigheid vestigen, die mijns inziens wat veel uit het oog verloren wordt. Ik meende dat mijne uitspraak over de handelingen van het Indisch Bestuur niet ongepast kon worden geacht bij deze gelegenheid, omdat zij als het ware de opgave der redenen behelsde, die mij genoopt hadden den Koning eene verandering in dat Bestuur voor te dragen, en ofschoon dat nu met zoo vele woorden in de Memorie niet voorkomt, het feit is daar dat ik volgens pligt en verantwoordelijkheid zulks moest voorstellen. ') Ik spreek volstrekt niet tegen wat inzonderheid de heer van Golstein ten aanzien van de ministeriele verantwoordelijkheid heeft gezegd. Doch al is de Minister verantwoordelijk tegenover de Kamer, dan toeh heeft de Gouverneur-Generaal een eigen T zelfstandigen werkkring. Ook daarin is luj wel onderworpen aan de bevelen van het Opperbestuur, en daarvoor is de Minister. verantwoordelijk. Maar de eenige afdoende maatregel, welken de Minister nemen kan, is, den Koning voor te dragen om den Gouverneur-Generaal te ontslaan. Beschouwt men nu de zaak niet uit een theoretisch, maar uit een practisch oogpunt, dan kunnen in een bestuur als dat van Indië zaken voorkomen, waarin, naar de meening des

') Doelt de Minister hier op eene wijziging van de geheime instructie in 1871? Zie boven, blz. 40.

Sluiten