Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

64

den geachten spreker eens. Reeds vóór den oorlog was ik van die meening en heb ik daaromtrent mijne denkbeelden aan den Gouverneur-Generaal medegedeeld, ten einde zoo mogelijk den oorlog met Atchin te verhoeden," )

immers de minister had voortdurend de Indische regeering tot bezonnen handelen aangemaand, maar met deze uitlating wilde de minister zeker niet de verantwoordelijkheid van zich afschuiven, want op denzelfden dag vernemen wij van hem:

,, Van de verantwoordelijkheid van den Indischen Landvoogd is door mij niet gerept. Ik heb daar nooit van gesproken, omdat ik meen, dat de Minister van Koloniën verantwoordelijk is, óók voor de daden van den Indischen Landvoogd" );

al moeten wij dadelijk toegeven, dat ook deze woorden niet gelukkig gekozen zijn, zoowel wat betreft de verantwoordelijkheid van den minister voor den landvoogd in het algemeen, als wat aangaat de afweging der aansprakelijkheid voor de oorlogsverklaring tusschen hem en Loudon. Immers het was de landvoogd die den oorlog verklaard had, die de laatste onderhandelingen had doen voeren en het ultimatum had laten overhandigen door een regeeringscommissaris met volledige volmacht, maar de minister moest de verantwoordelijkheid op zich nemen, Loudon had gehandeld met inachtneming van de bevelen des Konings. Loudon's ontslagaanvrage was echter het onmiddellijk gevolg van een bevel van den nieuwen minister van koloniën mr. van Goltstein in het in Augustus 1874

') Handelingen eerste kamer 1873-1874, blz. 189. *) Handelingen eerste kamer 1973-1874, blz. 193.

Sluiten