Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFSTUK V.

KONINKLIJK BEVEL EN MINISTERS BEVEL.

Slechts in zooverre behoeft hier de staatsrechtelijke verhouding tusschen Koning en minister ter sprake te komen, als noodig is ter verduidelijking van die tusschen Koning of minister eenerzqds en gouverneur-generaal of gouverneurs anderzijds. Met enkele woorden hebben wij reeds deze vraag gesteld in hoofdstuk I: in hoeverre handelt de minister van koloniën namens den Koning? De vraag beschouwend van het standpunt van den gouverneur-generaal, kunnen wij vragen: moet hij elk ministrieel bevel of elke ministerieele aanschrijving beschouwen als uitgegaan van den constitutioneelen Koning, uit wiens naam de verantwoordelijke minister handelt?

Louter theoretisch is deze vraag volstrekt niet; niet altijd heeft iedere landvoogd bij elke quaestie zich neergelegd bij een missive van den minister. Hoewel dit geschrift zich in hoofdzaak bezig houdt met verhoudingen van na 1848 en 1854, moet ik hier toch een stuk geschiedenis aanhalen, dat zich voor dien tijd heeft afgespeeld, derhalve vóórdat ons staatsrecht den verantwoordelijken minister kende en voordat de

Sluiten