Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

80

zaamheid voor te zitten, opdat zij niet ontaarde in een inmenging in de huishouding der koloniën die te ver gaat, en daardoor schadelijk wordt voor het gezag van den Landvoogd." ')

Nog een derde voorbeeld, dat zich omstreeks 1915 heeft voorgedaan, zouden wij hier kunnen aanhalen, maar aangezien deze quaestie in de Staten-Generaal ter sprake kwam, wil ik haar liever naar tijdsorde uit de kamerstukken behandelen.

Reeds in 1854 zag Thorbecke de quaestie onder het oog. Naar aanleiding der eerste zinsnede van artikel 37 van het voorgestelde ontwerp van het regeeringsreglement: „De Gouverneur-Generaal is met opzicht tot de uitoefening van zijne Waardigheid, verantwoordelijk aan den Koning", zegt hij op 24 Juli 1854 in de tweede kamer:

„Het schijnt mij te eenen male overbodig dit in het reglement te zetten, het ligt in de geheele betrekking van den Gouverneur-Generaal en zoo het hier noodig is, in hoeveel andere gevallen zou niet dergelijk voorschrift moeten worden gegeven ?

In de tweede plaats kan dit voorschrift leiden tot een misverstand, dat ik gaarne zou keeren. Indien de wet zegt: „de Gouverneur-Generaal is verantwoordelijk aan den Koning", dan kan een Gouverneur-Generaal daaruit afleiden, dat hij * geene verantwoording schuldig is, dan wanneer hem die uitdrukkelijk door of namens den Koning wordt gevraagd. Maar de verantwoordelijkheid van den Gouverneur-Generaal strekt

') Koloniaal Verslag 1872. Handelingen tweede kamer 1873—1874. Bijlage A, blz. 218-219.

Sluiten