Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

81

zich veel verder uit. Zij moet blijken nagenoeg in iedere correspondentie, die hij met den Minister van Koloniën voert. Het moet geheel niet noodig wezen, dat de naam des Konings in de briefwisseling met den Gouverneur-Generaal worde gebruikt. De Minister van Koloniën is volkomen bevoegd en verplicht om aan den Gouverneur-Generaal inlichting of rekenschap te vragen over alle punten, waarover de Minister die verlangt. Bij eene valsche beschouwing echter, welke den Minister van den Koning afzondert «* de voorbeelden van dergelijke dwaling zijn niet verre van ons af — bij eene overstelling van den Minister tegen den persoon des Konings, zou een Gouverneur-Generaal tot het begrip kunnen vervallen: „de verantwoording is mij niet gevraagd namens den Koning, daar is zelfs geen blijk van; er is geen Koninklijk besluit; de Minister beroept zich niet eens op den Koning; ik ben derhalve de verantwoording niet schuldig.

Ik wensch, dat deze dwaling, die verderfelijk zou zijn, worde voorgekomen."

Bij de behandeling van de ontwerpen der regeeringsreglementen voor Suriname en Curacao in 1865 komt het vraagstuk weer ter sprake. Mr. van Bosse merkt op 12 Mei 1865 in de Tweede Kamer bij artikel 22 op:

„Ik ontmoet in dit artikel een oude kennis waartegen ik mij dikwijls heb verzet. Ik bedoel lit. a, bevattende eene bepaling 2) die, dunkt mij, zeer stellig inbreuk op de Grondwet maakt.

Men kent de geschiedenis van dat artikel voor Nederlandsen

') Keuchenius dl. III blz. 268-269; Onuitgegeven parlementaire redevoeringen deel 3 blz. 519.

*) luidende : AVanneer de gouverneur uitvoering geeft of doet geven aan Koninklijke besluiten of beschikkingen, waarvan hem de uitvoering niet is opgedragen door den minister van koloniën.

6

Sluiten