Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

95

Hand in hand gaan hier Thorbecke en Fransen van de Putte: wat blqft er bij veelheid van ministerieele aanschrnvingen over van de macht van de drie landvoogden in Oost en West, hun door de wettelijke instructies toegekend?

Daarop wijst de oud-gouverneur-generaal Duymaer | van Twist (1851—1856), in znne rede op 1 Juni 1875 in de eerste kamer '), een rede, die destijds binnen en buiten het parlement zeer de aandacht trok:

„Mijn algemeene stelling is dus dat het bestuur in Indië staat onder het Opperbestuur, en dat de Gouverneur-Generaal (over de uitzonderingen die in het Regeringsreglement vermeld zijn, spreek ik nu niet) in den regel moet gehoorzamen aan de bestuiten, beschikkingen en bevelen van bet Opperbestuur l Maar nu een andere vraag: Wie is het Opperbestuur? De Minister van Koloniën?

Ik antwoord: neen; en de Grondwet antwoordt met mij: de Koning heeft het opperbestuur, bijgestaan, zooals ik reeds zeide, door zijnen verantwoordelijken Minister. Ik meen inderdaad dat volgens de Grondwet en de Wet, de MinUter van Koloniën geene bevelen kan geven aan den Vertegen- . woordiger des Konings in IndU, waaraan deze verplicht zou j zijn te gehoorzamen. Ik meen dat de Minister van Koloniën ] niet is de chef van den Gouverneur-Generaal. Wanneer ik dit zeg, dan heb ik natuurlijk niet het oog op wisseling van gedachten tusschen den Minister en den Gouverneur-Generaal, waarbij de eerste zijne zienswijze mededeelt, raad geeft, aanbeveelt, verzoekt, soms met aandrang, om het een of ander te doen. Wanneer dat gebeurt, dan zal zonder twijfel* de Gouverneur-Generaal, het geschrevene door den Minister

i) Handelingen eerste kamer 1874-1875, blz. 284. Cursiveering in de handelingen.

Sluiten