Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

96

nauwgezet en ernstig overwegen; terwijl omgekeerd, als de Gouverneur-Generaal zijne inzigten aan den Minister mededeelt, deze daaraan zijne bijzondere aandacht zal wijden.

Maar eigenlijke bevelen, waaraan de Gouverneur-Generaal verpligt is te gehoorzamen, kunnen volgens de Grondwet en de Wet op het beleid der regering in Indië, alleen door J' het Opperbestuur gegeven worden. En wil men zoodanige ^ bevelen geven, met het doel om den Gouverneur-Generaal j te binden, dan moet uit de bevelen zelve blijken dat ze zijn bevelen van het Opperbestuur. Ik meen dat de door mij gemaakte onderscheiding is staatsregtelijk juist en gegrond; maar ik heb daarop wijzende nog eene andere bedoeling en wel eene praktische. Die onderscheiding zal van menige \ inmenging in het Indische bestuur, waarover dikwijls en niet ten onregte is geklaagd, terughouden."

En hoe belemmerend voor de gang van zaken in de overzeesche gebieden deze ministerieele bevelen kunnen werken, leert ons hetgeen de oud-gouverneurgeneraal, mr. Pijnacker Hordijk (1888—1893), op 28 December 1894 in de eerste kamer') daarover laat hooren:

„Het onderwerp der heerendiensten heeft voor mij groote aantrekkelijkheid, omdat onder mijn bestuur de gewestelijke regelingen welke bij artikel 57 van het regeeringsreglement gebiedend worden voorgeschreven, voor het eerst zijn tot stand gebracht. Bij die gelegenheid is ongetwijfeld het zwaartepunt van Gouvernementeele actie niet geweest op het Plein maar te Buitenzorg. Doch overigens is met de beste bedoelingen de afdoening der zaak in NederlandschIndië herhaaldelijk vertraagd geworden, door inmenging, door brieven van den Minister van Koloniën. Wanneer de

>) Handelingen eerste kamer 1894-1895, blz. 63.

Sluiten