Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALGEMEENE POLITIEK

10

Daar zal ook blijken, dat menigmaal de regeering van Rechts steunen moest op linksche hulp, terwijl de rechterzijde ten aanzien van tal van maatregelen op ethisch, sociaal, financieel en militair gebied onderling sterk verdeeld was. (Zie onder „Anti-these).

Het Kabinet heeft overigens willen doorgaan voor een gematigd-christelijke koalitie-regeering, en juist uit het oogpunt van „christelijkheid" zeer gezind om „orde en gezag" te handhaven.

Het is tenslotte een-keer gestruikeld over de militaire kwestie, waarin de rechterzijde bij uitstek verdeeld bleek te zijn. De geheele opzet van die koalitie-politiek bleek voos te zijn, en duidelijker dan ooit is aangetoond door de feiten, dat een konstellatie op den grondslag van „christelijk" en iiiniet-christelijk'' in de politiek veroordeeld is. De regeering had slechts een meerderheid in de Tweede Kamer met inbegrip van „christelijke" elementen als dr. v. d. Laar en A. P. Staalman, die het haar op verschillende momenten moeilijk hebben gemaakt.

: Kabinetskrisis 1921. In den zomer van 1921 kreeg het ministerie-Ruys een nieuwen stoot, 15 Juni werd art. 27 der Dienstplichtwet (zie aldaar) verworpen en verzocht mr. Ruys, min. v. binnenl. zaken, schorsing der beraadslagingen over het ontwerp.

Herhaaldelijk had de minister van oorlog verklaard, dat „voor de Regeering" de bestreden amendementen onaannemelijk waren en toen na verwerping der amendementen het artikel, dat de kern van het wetsontwerp bevatte, werd verworpen (bl, 2861 Hand. 1920/21), was dan ook duidelijk, dat niet slechts het lot van minister Pop, doch dat van het geheele Kabinet er mee was gemoeid. Het ministerie vroeg dus 20 Juni kollektief ontslag -aan, wilde met de Tweede Kamer voorloopig niet meer werken — wèl echter met de Eerste! —- en 25 Juni werden de leiders der linksche partijen in de Kamer bij de koningin ontboden om advies uit te brengen. 28 Juni bleek, dat het ministerie zou worden „gereconstrueerd", waartoe blijkbaar reeds vóór 28 Juni was besloten. Het Kabinet kwam terug met vervanging van den heer Pop door den heer Van Dijk en van mr. de Vries, min, van financiën, door mr. D. J. de Geer. Maar mr. de Graaft, van koloniën, «n van IJsselsteijn, van landbouw, bleven, na al hun bedenkelijke daden en de heele rékonstruktie bleek dus een komedie te zijn geweest, daar het ministerie vrijwel in dezelfde formatie terug kwam. Intusschen was in de wetgeving veel oponthoud gekomen. De Tweede Kamer zou in Juni nog de financieële regeling der gemeentefinanciën, de burgerlijke en militaire Pensioenwetten, den Rechtstoestand der ambtenaren en de Kieswet hebben willen behandelen, doch nu moest uitstel volgen tot September. Doch inmiddels verzocht de nieuwe minister van financiën -uitstel van behandeling der Pensioenwetten, wegens plannen tot wijziging werd een Staatskommissie benoemd om de financiëele

Sluiten