Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ANTI-REVOLUTIEWET

24"

voorbereiden, bevorderen of teweegbrengen van omwenteling te bewegen, om een zoodanig persoon of lichaam in het daartoe opgevatte voornemen te versterken of aan een zoodanig persoon of lichaam daarbij hulp toe te zeggen of te verleenen, of om omwenteling voor te bereiden, te bevorderen of teweeg te brengen;

2°. hij die eenig voorwerp invoert, dat geschikt, is tot het verschaffen van stoffelijken steun aan het voorbereiden, bevorderen of teweegbrengen van omwenteling, indien hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat het daartoe bestemd is;

3°. hij die eenig voorwerp onder zich heeft of tot onderwerp eener overeenkomst maakt, dat geschikt is tot het verschaffen van stoffelijken steun aan het voorbereiden, bevorderen of teweegbrengen van omwenteling, indien hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat het daartoe bestemd is en dat het voorwerp of eenig ander voorwerp, waarvoor het in de plaats is getreden, hetzij met die bestemming is ingevoerd, hetzij door of vanwege een in het buitenland gevestigd persoon of lichaam daartoe is bestemd.

De voorwerpen waarmede of met betrekking tot welke de in het voorgaande lid onder 2° 3°, omschreven misdrijven zijn begaan, kunnen worden verbeurd verklaard.

Artikel 131 zou worden gelezen als volgt: „Hij die, mondeling of bij geschrifte, in het openbaar tot eenig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen de openbare orde opruit, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden".

Van die woorden „openbare orde", een beetje al te vaag, werd op voorstel van eenige liberalen, met behulp van den anti-rev. mr. Beumer, gemaakt: „het openbaar gezag".

Tenslotte werd voorgesteld, den aanhef van art. 132 te lezen: „Hij, die een geschrift, waarin tot eenig strafbaar feit of t o t gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid, met het oogmerk" enz. De ruim gedrukte woorden waren ingevoegd.

Het kwaad van de indiening van dit ontwerp was niet zoozeer, dat de arbeid der S. D. A. P, er onmiddellijk door zou worden bedreigd, noch die der vakbeweging, die aan haar is verwant en den klassenstrijd naast haar voert. Doch 1°. was het het tergend optreden met verscherping der strafwet zelf en vervolgens ae willekeur van een gelegenheidswet, welke willekeur mogelijk wordt door de nieuwe bepalingen in dier voege, dat in tijden van meer hevigen klassenstrijd, uitgelokt door de reactie zelve, de leiders der arbeidersbeweging onder een nietig voorwendsel kunnen worden gearresteerd en voorloopig onschadelijk gemaakt. Het Weekblad van het Recht, geredigeerd door een gezaghebbend liberaal jurist, schreef begin Juni, ofschoon overigens het ontwerp vergoelijkend: „Vatten wij ons eindoordeel over het wetsontwerp samen, dan kan dit moeilijk gunstig luiden. Daartoe zijn onze bedenkingen er tegen te veel en te ernstig. Voor ons ligt het

Sluiten