Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25

ANTI-REVOLUTIEWET

grootste bezwaar in de bedenkelijke formule van art. 79 e? in de uitbreiding van art. 131".

Voorts schreef het blad over het voorgestelde art. 131: „Die grond zou slechts kunnen, zijn de opruiende taal ook dan te kunnen straffen, wanneer zij in te onbepaalde termen is vervat om er aanzetting tot een misdrijf in te kunnen vinden. Daarin ligt een ernstig gevaar voor de vrijheid van gedachtenopenbaring. Wij hebben er reeds met betrekking tot de uitlegging van het thans geldende art. 131 op gewezen (Leerboek II, bladz. 205), dat mag worden betwijfeld, of de rechter zich altijd aan de wettelijke grenzen voor de strafbare opruiing heeft gehouden. Uitbreiding van de grenzen is daarom niet zonder bedenking. Erkent men eenmaal het groote staatkundige en maatschappelijke belang in de vrijheid van drukpers gelegen, dan moet men zich de met die vrijheid noodzakelijk verbonden gevaren getroosten. Wie de gevaren wil afwenden, loopt kans de vrijheid zelf te dooden".

En als opmerking tenslotte schreef de redactie: „De nieuwe bepalingen worden voorgesteld in de verwachting, dat zij preventief zullen werken. Doch het is niet uitgesloten dat zij — laten wij hopen dat het zelden zal zijn — in toepassing zullen komen. Dan krijgen wij, helaas, ook weer in ons land vervolgingen met een politieke kleur, politieke misdadigers, politieke veroordeelden, dan wordt weer urgent de reeds meermalen besproken vraag, hoe tegen zoodanige veroordeelden de straf moet worden toegepast. Er werd onlangs zoo fel geoordeeld over wat in België geschiedt, wij wezen er toen op, dat wat daar plaats heeft bij ons niet anders zou zijn. Ook daaraan mag, in verband met het besproken ontwerp, wel alle aandacht worden geschonken".

Het verzet van sociaaldemokratische (en kommunistische) zijde in de Kamer begon eigenlijk in het openbaar reeds 1 Juni 1920, toen de liberale voorzitter mr. Fock voorstelde, het ontwerp op de lijst der dadelijk te behandelen onderwerpen te plaatsen, zoodat reeds zeer spoedig de wet zou kunnen worden aangenomen. Dit voorstel werd rechts tegen links aangenomen, waarbij echter de vrijh.bonders Rink, Lely en v. Doorn met mr. Fock voorstemden. Daartegen voerden de sociaaldemokraten obstructie. (Van Ravesteijn riep 1 Juni onnoodig tot die obstructie op, doch deze heeren deden er zelf zoo goed als niets aan!). Vooral Duys, doch ook anderen, als K. ter i-aan, Kleerekoper en Troelstra deden er door het houden van redevoeringen en het eischen van stemmingen aan mede. Buiten het parlement werd vooral daardoor de massa op het gevaar attent gemaakt en zóó ontstond tegen deze dwangwet de groote beweging van verzet, die haar hoogtepunt bereikte in de staking van Dinsdag 8 Juni 1920. Op dezen dag begon ook de beraadslaging over het ontwerp. Het gaat niet aan, hier de debatten ook maar beknoptelijk weer te geven. Alleen willen wij aanstippen hetgeen de

Sluiten