Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

27

ANTI-THESE-POLITIEK

Zij werd verworpen met 56 tegen 15 stemmen, nl. soc.-démokraten en kommunisten, tegen alle andere partijen (bl. 2700 en 2701).

Daarna stond de aaneming van het ontwerp vast, ging het nog alleen om eenige wijzigingen. Art. 2 („aanslag tot een feit", art. 79 W. v. S.) werd 15 Juni aangenomen met 56 tegen 24 stemmen, die van de sociaaldemokraten, dr. van de Laar en de vrijzinnig-demokraten (de kommunisten en Kólthek waren afwezig). Het gewijzigde art. 4 werd 16 Juni aangenomen met 55 tegen 23 stemmen; dezelfde groepen weer vóór en tegen. Art. 5 (nieuw art. 97a W. v. S.) werd 16 Juni aangenomen met 53 tegen 11 stemmen. De liberaal Otto stemde nu met de oppositie, boven genoemd, mede. Art. 6 (art. 131 W. v. S.) werd met 52 tegen 7 stemmen aangenomen; de vorigen zonder Otto tegen. Nog laat in den namiddag, toen eindstemming niet meer werd verwacht en alle verzet vruchteloos was gebleken, werd 16 Juni 1920, (bl. 2743 der Hand.) het ontwerp in zijn geheel aangenomen met 52 tegen 4 stemmen, waarbij dezelfde oppositie-groepen — soc.-demokraten, kommunisten, vrijzinnig-demokraten en de christ.-sociale dr. v. d. Laar (de kommunisten waren geheel afwezig) — tegen stemden.

De Eerste Kamer nam 27 Juli 1920 het ontwerp aan met 35 tegen 5 stemmen. De wet is vastgesteld 28 Juli 1920 (Stbl. No. 619).

Of de wet spoedig zal worden toegepast is natuurlijk niet te zeggen. Steeds zal zij echter als een dreigend zwaard boven de hoofden der strijdende arbeiders blijven hangen en misbruik tot onderdrukking der moderne arbeidersbeweging is in tijden van eenige spanning steeds te vreezen. De vertegenwoordigers der Kerkelijke arbeidersbeweging in de Kamer hebben intusschen allen aan de totstandkoming medegewerkt.

ANTI-THESE-POLITIEK.

Ook onder de regeering van mr, Ruys en mr. Heemskerk heeft de anti-these-politiek, nl. de tegenstelling in de politiek tusschen orthodox-christelijk en katholiek eenerzijds en modern of ongeloovig anderzijds, jammerlijk schipbreuk geleden. Zooveel mogelijk zijn de kwestiën op dit gebied door regeeringspartijen vermeden, doch ettelijke malen kwam de breuk toch aan het licht.

Bijvoorbeeld kwam 22 Januari 1919 (Hand. 2e Kamer, 1918/19, bladz. 1033) aan de orde het voorstel van minister de Visser, om voor Kunstsub si diën ƒ96300 uit te trekken, waarvan ƒ 10.000 voor subsidie aan de Nationale Opera. De leden Duymaer v. Twist, Snoeck Henkemans, A. P. Staalman, van der Voort van Zijp, van Vuuren en Schouten, dus zoowel anti-revo^ lutionairen als christelijk-historischen en een katholiek, stelden

Sluiten