Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARBEIDSGESCHILLEN WET

34

Vast staat alzoo, dat zelfs in principieel-christelijke regeeringszaken, waarbij godsdienst en zedelijkheid onmiddellijk betrokken zijn, de koalitie van de klerikalen, regeerende zoogenaamd uit de „christelijke wereldbeschouwing", onwaar en ondeugdelijk is,

ARBEIDSGESCHILLENWET.

Een ontwerp-„Bepalingen tot bevordering van de vreedzame bijlegging van geschillen over arbeidsaangelegenheden en tot voorkomen van zoodanige • geschillen" werd 24 December 1920 door minister Aalberse ingediend. De ontwerper gaat Uit van de gedachte, dat de Kamers van arbeid uitgediend hebben (deze blijven echter bestaan!) en dat er nu een Rijksbemiddelaar en een bemiddelingsraad moeten komen om arbeidsgeschillen op te lossen en te voorkomen. Ook kan een enquête naar het geschil worden ingesteld. Van verplichte arbitrage wil hij niet weten, wel wil het ontwerp vrijwillige arbitrage erkennen; als deze aanvaard is, zijn partijen gebonden aan de uitspraak.

„Het hierbij aangeboden wetsontwerp — zegt de Mem. van Toelichting .— denkt zich de bemoeiing der overheid met arbeidsgeschillen op drieërlei wijze: 1°. door het instellen voor het geheele Rijk van organen tot bemiddeling in en voorkoming van arbeidsgeschillen; 2". door het regelen van de procedure en de rechtsgevolgen, indien partijen in gemeen overleg haar geschil aan de beslissing van een scheidsgerecht onderwerpen; 3°. door het openen van de mogelijkheid, om in bepaalde gevallen van Regeeringswege een onderzoek (enquête) te doen houden nopens de oorzaak van een gerezen arbeidskonflikt en de vraag, welke partij voor het ontstaan of voortduren daarvan in hoofdzaak verantwoordelijk is".

Het Rijk wordt in distrikten verdeeld, in elk waarvan een Rijksbemiddelaar met het noodig geachte personeel zetelt. Art. 3 zegt in het eerste lid: „Wanneer in een gemeente een geschil is ontstaan, dat tot staking of uitsluiting aanleiding dreigt te geven of heeft gegeven en waarbij ten minste vijf en twintig arbeiders betrokken zijn, doet de burgemeester daarvan ten spoedigste mededeeling aan den Rijksbemiddelaar. Hij verstrekt daarbij zoo mogelijk zoodanige gegevens, welke den Rijksbemiddelaar in staat kunnen stellen zich omtrent de oorzaak, den omvang en de vermoedelijke gevolgen van het geschil een oordeel te vormen".

Het eerste lid van art. 12 luidt:

„De Rijksbemidelaar kan ter vereffening van een geschil, dat niet ingevolge artikel 9 aan .zijne tusschenkomst is onttrokken, overgaan tot de Vorming van een bemiddelingsraad, indien het verzoek daartoe schriftelijk wordt gedaan door of namens de bij het geschil betrokken werkgevers en arbeiders, of door of

Sluiten