Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BELASTINGEN

82

voorts de kathv v. Rijckevorsel, Stulemeijer, Haazevoet, Suring, v. Dijk en Deckers, de antirev. de Monté ver L., en de vrijh.bonders Abr. Staalman en de Groot. Voor het tweede stemde nog bovendien de kath. Wintermans (bladz. 1335 e.v.j. Het bestreden art. 2 werd aangenomen met 48 tegen 37, de wet zelf met 48 tegen 36 stemmen, telkens rechts tegen links, behalve dat telkens de vrijh.bonder Abr. Staalman voor stemde (bladz. 1336). De Eearte Kamer moest er toen over beslissen. De kleine fabrikanten klagen nu, 'doch hun ongemak moeten zij wijten aan de afstemmers der motie-Ter Laan!

Invoerrecht op tabak en papier. — De herziening van dit Acht werd, in verband met het ontwerp op den tabaksakcijns, 4 Maart 1920 ingediend. De minister verklaarde zelf,, in de M. v. Antw., dat tusschen dit ontwerp en dat tot heffing; van een tabaksakcijns verband bestaat, daar de heffing van het voór^ gestelde invoerrecht zal moeten dienen om de verwachte opbrengst van den akcijns aan te vullen tot het bedrag van 20> millioen gulden, dat de minister zich voorstelde uit de tabaksbelasting te verkrijgen. Bovendien werd de wijziging van den post „Papier" alleen voorgesteld in verband met artikel 60 van het gewijzigd wetsontwerp tot heffing van een tabaksakcijns.

Dit voorstel had een sterk beschermende strekking. Het invoerrecht op bereide tabak en' sigaren zou op 30 percent en dat op sigaretten op 45 percent worden gebracht. De sociaaldemokraten stelden 17 Maart 1921, toen het ontwerp behandeld werd, voor, er weer 5 percent van te maken. Het amendement werd verworpen met 35 tegen 16 stemmen, rechts teg en links, behalve dat A, P, Staalman voor stemde (bid, 1871).

J. ter Laan en de anderen stelden nog voor, hetgeen vanzelf sprak, de wet pas in werking te laten treden na het inwerking treden van art. 1 der Tabakswet, Dit voorstel werd 18 Maart met 44 tegen 32 stemmen verworpen. Weer rechts tegen links met A. P. Staalman en v. d. Laar voor. Daarna (18 Maart '21) werd'het wetsontwerp met 43 tegen 33 stemmen aangenomen. Weer rechts tegen links, met A. P. Staalman en v. d. Laar tegen (bladz. 1877).

In de Eerste Kamer werd het ontwerp goedgekeurd 4 Mei 1921, met 16 tegen 14 «temmen. 6 Mei 1921 weed de wet vastgesteld (Stbl. 713).

Zeebrieven-recht. — Toen de zeeschepen zoo duur en de vrachtprijzen zoo hoog waren, lag het denkbeeld voor de hand, dat de rechten tot het verkrijgen van zeebrieven wel verhoogd konden worden. Daarom stekte de regeering eind 1919 voor, van die schepen te heffen 5 gulden per registerton voor de eerste maal en om de 4 jaren vervolgens van 4 gulden.

Zoo zag althans het ontwerp er tenslotte uit. Echter daalden de prijzen weer geweldig en ook hier was men dus weer te laat.

Sluiten