Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

83

ZEEBRIE VENRECHT — INVOERRECHTE!**

Daarom stelde 9 Maart 1921, toen het ontwerp in openbare behandeling kwam, mr. Dresselhuys de volgende motie voor:

„De Kamer, van oordeel dat de tegenwoordige tijdsomstandigheden het niet raadzaam maken een belasting op het scheepvaartbedrijf, te leggen, noodigt de Regeering uit het wetsontwerp in nadere overweging te nemen".

Van der Waerden gaf echter in overweging, liever te bepalen, dat de wet eerst bij nadere wet in werking zal treden, n.1. als de omstandigheden weer beter zouden zijn.

Ook voor de arbeiders is het een belang, dat de scheepvaart niet door een ekonomische akcijns — zooals mr. Dresselhuys het noemde — wordt belemmerd. Na intrekking der motie kwam een zoodanig amendement in stemming, doch het werd verworpen met 38 tegen 25 stemmen, rechts tegen links, behalve de christ.-hist. Gerretson mede vóór. Met dezelfde stemmen-verhouding werd daarna het ontwerp 9 Maart aangenomen (bladz. 1748).

De Eerste Kamer maakte met het ontwerp geen haast.

Invoerrechten. — Door de kerkelijke regeering werd ook weer een poging gedaan om meer geld te kloppen uit het tarief van invoerrechten. Met volslagen stelselloosheid werd 6 Mei 1921 een wetsontwerp ingediend, om alle invoerrechten maar blindelings te brengen van 5 op 7 percent der waarde, behalve een aantal speciaal genoemde goederen, die volgenderwijs zouden worden verhoogd, om een paar grepen te doen:

Aardappelmeelfabrikaten van ƒ 2 op ƒ 3;

Amandelen van ƒ 4 op ƒ 6;

Honig van ƒ2.50 op ƒ3.50;

Kaas van ƒ5 op ƒ7;

Makaroni van ƒ2 op ƒ3;

Pruimen van ƒ1.50 op ƒ230;

Thee van ƒ 25 op ƒ 35;

Vleesch van ƒ6 op ƒ9;

Vruchten van ƒ 18 op ƒ 20;

Harde zeep van ƒ2 op ƒ3;

Zout van ƒ 4 op ƒ 4J50, alles per 100 Kilogram.

De opbrengst werd op ƒ 15 millioen per jaar geschat.

Het ontwerp werd zoo slecht ontvangen, dat de nieuwe minister van financiën, mr. de Geer, het 8 Augustus 1921 intrnfc. Het heele kabinet was het intusschen vroeger met minister de Vries eens, wat deze meermalen ten aanzien van zijn financieele politiek betoogde. Dit gold vrij zeker van zijn plannen inzake de belasting op koffie, thee en chokolade, die de minister in l ijn II Ilias voerde en die hij ook verdedigde. Deze volksdranken zonden worden belast, terwijl men overigens gelden voteert voor de drankbestrijding en ook de akcijns op gedistilleerd

Sluiten