Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BUITENLANDSCHE POLITIEK

98

gen van de ministers Vandervelde en Anseele, alsmede door Kamiel Huysmans gesteund. Zij werd door de 800 gedelegeerden met algemeene stemmen aangenomen.

Men wenschte te konfereeren met Nederlandsche en Luxemburgsche kommissiën over de Schelde en de Maas. Daartegenover had reeds 13 Dec. '18 Schaper in de Kamer het volle vertrouwen in de socialistische ministers van België uitgesproken. Het doorlaten van vluchtende Duitsche soldaten door Luxemburg na den wapenstilstand en het door de Ned. regeering op 12 Nov, '18 weigeren van het vrijlaten van Belgische geïnterneerden had kwaad bloed gezet en den annexionisten aanleiding gegeven , een hooge borst op te zetten. Inmiddels konfereerden, onder de auspiciën van den Volkenbond, de Ned. en Belg. regeeringsgev machtigden over de herziening van het traktaat van 1839. Volgens de mededeelingen van onzen minister op 6 Juni 1919 (zie Aanhangsel He Kamer bl. 337) waren de onderhandelingen 19 en 20 Mei begonnen. De Belgen wilden o.a.!:

A. De vrije beschikking over den uitgang naar zee langs de Schelde, d.w.z. de bevoegdheden der soevereiniteit over den geheelen loop der Wester-Schelde tusschen de zee- of bandijken en tot in volle zee, benevens over alle tot de WesterSchelde behoorende wateren en tevens, over het kanaal en den spoorweg van Gent naar Terneuzen, zoo ook over de uitmonding van het kanaal in de Wester-Schelde.

B. De erkenning door Nederland van de noodzakelijkheid voor België om de verdediging van zijn grondgebied te steunen op de Beneden-Schelde over haar geheelen loop en van het recht van die rivier in volle vrijheid en te allen tijde voor zijn verdediging gebruik te maken, betgeen medebrengt, dat Nederland afziet van eiken militairen maatregel, die de uitoefening van dit recht door België zoude kunnen tegenwerken.

C. Het beheer door België over de sluizen, welke dienen voor de afwatering van Vlaanderen.

D. Het herstel der grieven van de Belgische visschers van Bouchaute.

U. Met betrekking tot de verbindingswateren tusschen de Wester-Schelde en de Beneden-Rijn, met name het maken, op gemeenschappelijke kosten van een kanaal met groot profiei Antwerpen—Moerdijk, ter vervanging van de waterwegen voorzien bij het tractaat van 1839.

III. Met betrekking tot Nederlandsch-L imburg:

a. De vestiging in Zuid-Limburg van een regiem, dart België vrijwaart tegen de gevaren die voor zijn veiligheid voortvloeien uit de configuratie van dit gebied en dat aan België den waarborg zal verschaffen voor zijn ekonomische belangen, die benadeeld zijn door de bepalingen betreffende grond- en watergeA bied van de tractaten van 1839.

b. Een waterweg met groot profiel Rijn—Maas—Schelde.

Sluiten