Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BUITENLANDSCHE POLITIEK

102

beid ten goede kan komen, wat te zijner verlichting en te zijner verruiming kan bijdragen". (Bladz. 748).

Militaire attaché's. — Nog altijd zijn aan onze gezantschappen mil. attaché's verbonden, die feitelijk als spionnen dienst doen. Mr. Marchant stelde 18 Dec, '19 (bladz. 1043) voor, den post daarvoor van ƒ 10.500 op de begrooting van Oorlog te doen vervallen, terwijl op die van buitenl. zaken de andere helft van dit bedrag dan ook zou moeten wegvallen, daar op deze twee begrootingen voor ieder de helft der benoodigde sommen voorkwamen. Mr, M. betoogde, dat wij ons deze luxe niet kunnen veroorloven. Het voorstel werd terstond o.a. door Schaper en de Jonge ondersteund en het onderartikel werd verworpen met 37 tegen 33 stemmen, zoodat het doel bereikt, scheen. Tegen den post stemden alle linksche afgevaardigden, alsook de katholieken Bomans, Kuiper, Haazevoet, v. d. Bilt en Bulten, de christ.-histor. Weitkamp en de Geer en de chr.-dem. Staalman (bladz. 1044). Wat geschiedde echter? De min. van buitenl. zaken stelde in 1920 eenvoudig voor, op een suppletoire begrooting voor 1920 die ƒ 10.500 weer te voteeren. 29 Juni 1920 kwam deze begrootingspost in behandeling en de Jonge protesteerde tegen deze wijze van doen. Hij verdedigde een sociaal-dem. amendement Om den post te doen vervallen. Hij sprak o.a. (bladz. 2916):

„Als men dan zooveel geld te missen heeft voor dergelijke posten, zou ik den minister in overweging willen geven het aantal handelsattaché's uit te breiden. Laat hij dan scheppen een korps van industrieele attaché's, zooals men ze zou kunnen noemen, en laat hen de socialisatie- en nationalisatiemaatregelen in het buitenland bestudeeren. Laat hij daarbij organiseeren een korps sociale attaché's uit de kringen der vak- en politieke arbeidsorganisaties. Dit is de weg die Nederland op moet gaan, wanneer het zijn volkskracht wil versterken. Maar door de positie der militaire attaché's te bevestigen zou de volkskracht verminderen".

Maar ziet, 30 Juni 1920 wordt het amendement, waarvan de strekking 18 Dec. 1919 was aanvaard, met 47 tegen 21 stemmen verworpen. Voor stemden nu slechts de sociaal-demokraten, de kommunisten, de anti-rev. Weitkamp, beide Staalmans eü ter Hall, en dé eenige aanwezige vrijz.-demokraat mr. Oud. Braat de „bezuiniger", de katholieken en de overige, vrijheidsbonders stemden thans tegen! (Bladz. 2930). Minister van Karnebeek had de heeren 29 Juni eenvoudig weer belezen en gezegd, dat deze attaché's noodig zijn om zich te „oriënteeren", hetgeen alles oud nieuws mocht heeten, dat men 18 Dec. 1919 ook kende.

Pauselijk gezanschap. — Tijdens den oorlog was tijdelijk een gezantschap bij den Paus ingesteld, omdat het Vatikaan wellicht

Sluiten