Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

COMMUNISTISCHE PARTIJ

116

hij zich later bij de C. P. aansloot. Kolthek vormde eerst met de kommunisten en den cristen-socialist één z.g. „revolutionaire" fractie; later scheidde hij zich af en werd de felle bestrijder van de kommunisten.

In de Kamer. — Van af hun intrede in de Kamer werd het optreden der kommunisten gekenmerkt door twee eigenschappen: le. een verbitterde vijandschap jegens de S. D. A. P., zich uitend in steeds weer uitgeroepen laster en waarheidsverdraaiing van den meest brutalen en geraffineerden aard, en 2e. door een ongeëvenaarde stuurloosheid, inkonsekwentie en onbeholpenheid. Het eerste bracht mede, dat de bourgeoisie het optreden met onverholen vreugde begroette, zoodat het „Handelsblad" van 28 Nov. 1920, toen Wijnkoop weer eens tegen de sociaal-demokraten was opgetreden, in zijn Kameroverzicht schreef:

„Als de heer Wijnkoop nooit meer dan dat gezegd had in de Kamer, dan had hij alleen daardoor reeds zijn plaats verdiend".

En toen 11 Nov. 1920 Schaper bij de alg. beschouwingen der Staatsbegrooting over het konservatisme der anti-revolutionairen sprak, ontspon zich het volgende debatje:

De heer Schouten: U (dat was tegen Schaper) wordt door den heer Troelstra ook konservatief genoemd.

Schaper: Dat is een uitvlucht van een kwade soort. U ziet de werkverdeeling bij deze begrooting en wij zullen zien, of er werkelijk van eenig beteekenend verschil tusschen Troelstra en mij iets blijkt.

De heer Schokking: Niet de heer Troelstra, maar de heer Wijnkoop zal het wel zeggen.

Schaper: Mijnheer Schokking zit dus reeds te hunkeren naar hetgeen Wijnkoop zal zeggen."

Zoo was het altijd! Maar de heeren hebben er in hun onbeholpenheid door hunne eindelooze herhalingen zelf gelukkig zóó de klad ingebracht dat, als een hunner in een rede al zeer spoedig op het chapitre van de S, D. A. P. komt, van alle zijden er een homerisch gelach pleegt op te gaan en vroolijk geroepen wordt: Natuurlijk, ga je gang maar! Eerst groeiden de burgerlijke heeren in hunne smaadredenen tegen de S. D. A. P., dank echter aan de waarheid van het spreekwoord; „het belachelijke doodt", nemen zij die thans meestal niet ernstig meer en hebben ze vrijwel alle kracht verloren. Hst is dan ook lanter de moeite waard om eens na te gaan, wat zij in bet Parlement alzoo voor bokkesprongen maakten.

De entrée begon in 1918 met het „inlossen" van een verkiezingsbelofte, n.1, het in staat van beschuldiging steil e n van het ministerie-Cort. v. d. Linden, wegens zijn optreden gedurende den wereldoorlog. 1 Oktober '18 werd in een redevoering van Wijnkoop dit plan geopperd. Er zou wel^nHjt ken, dat „misschien alle leden van het vorig Parlement" mede

Sluiten