Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DRANKBESTRIJDING EN DRANKWET

148

Onder de oprichters komen voor de heeren mr. J. E. Heeres, vroeger hoofdbestuurder der Liberale Unie, die van den Vrijheidsbond niets weten wil, dr. R. de Waard, te Groningen, vroeger vrijz.-demokraat en H. F. Tillema, de bekende strijder voor de Volksgezondheid in Oost-Indië, te Groningen.

DEURWAARDERS-POSITIE.

De positie dezer functionarissen is zoodanig, dat dringend verbetering noodig is. Zij hebben geen vast salaris en moeten leven van allerlei wisselvallige inkomsten, zoodat zij ook in de verleiding komen om het publiek minder goed te behandelen. Van sociaal-dem. zijde (Schaper en Sannes, de laatste b.v. reeds 23 Jan. 1917] werd met liberalen als v. Rappard daarop aangedrongen. Mede als gevolg van deze actie kwam 3 Juni 1910 een ontwerp in tot toekenning van een toelage aan gerechtsdeurwaarders, welk ontwerp 26 Juni 1919 zonder hoofdei.' stemming werd aangenomen, door de Eerste Kamer 10 Juli '19 op dezelfde wijze werd aangenomen en 11 Juli d.a.v. in het Staatsblad (No, 486) verscheen. 21 Jan. 1921 kwam een nieuw ontwerp in om de tarieven voor justitiekosten en salarissen in burgerlijke zaken te verhoogen. Evenwel wordt aan de deurwaarders nog geen vast salaris gegeven, zoodat de inkomsten dezer personen zeer onzeker blijven, ook als het ontwerp wordt aangenomen. Er waren blijkens het voorloopig verslag van het afd.-onderzoek dan ook eenige leden, die op vaste salarieering aandrongen.

DRANKBESTRIJDING EN DRANKWET.

De S. D. A. P. is als zoodanig geen partij van drankbestrijders of geheel-onthouders; doch steeds heeft zij begrepen, dat het alkoholisme, als maatschappelijk verschijnsel, de bevrijding der arbeiders in den weg staat. Vandaar dat zij steeds ijverde voor het beginsel der plaatselijke keuze, dat in het verkiezingsprogram wordt geëischt. Het bedoelt, den gemeentenaren het recht te geven, te bepalen of in hun gemeente nog alkohol zal worden geschonken. Dit beginsel stond de Kamerfraktie voor bij de behandeling der Drankwet van 1904.

Plaatselijke keuze. — De heeren Rutgers en Smeenk (a.-r.), Bakker (chr.-hist.), v. Berest'eyn (v.-d.), v. d. Bilt, Bulten en H. G. Hermans (kath.) en Gerhard, L. M. Hermans en K. ter Laan (s.-d.) dienden 18 Nov. 1919 gezamenlijk een wetsvoorstel in, dat de strekking had, in art. 4 van de Drankwet, waarin aan den gemeenteraad de bevoegdheid wordt verleend om zekere vergunningen te doen vervallen en geen nieuwe te geven, een. bepaling op te nemen, volgens wélke de Kroon in eene gemeente alle vergunningen kan doen vervallen en het* verleenen van nieuwe tegen te gaan. Volgens een voorgesteld art. 4

Sluiten