Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ÖUÜKTBWET

154

Volk, met Klavier-füsse" (dat woeste volk, met klaviervoeten). Toch maakte de minister zich met een praatje van deze grieven af (bladz. 792).

Voorts werden af en toe nog Vragen gedaan en bedenkingen geopperd door Duys, Troelstra en anderen over deze aangelegenheid.

DUURTEWET,

27 Nov. 1919 kwam eindelijk de regeering, door de ministers van landbouw enz. en die van justitie, niet een ontwerp „Maatregelen ter bestrijding van het onredelijk opdrijven en hoog houden van prijzen", dus tegen den woeker, waar reeds lang om gevraagd was, vooral door de sociaal-demokraten. Een Staatskommissie, waarin ook Wibant, had het ontwerp voorbereid. Wibaut kon zich met de theoretische toelichting echter niet vereenigen. De Mem. v. Toelichting gaf als doel van het ontwerp aan:

„In het wetsontwerp wordt de instelling voorzien van een centralen duurteraad (art. 1) en van districtsgewijs door het land verspreide duurteraden (art. 26), Aan beide lichamen, welke van tijdelijken aard zijn gedacht, worden bevoegdheden toegekend die naar Nederlandsche begrippetïmiep in het bedrijfsleven ingrijpen. Beide>krijgen bevoegdheid tot het terugbrengen van onredelijke prijzen in kontrakten, de duurteraden ten opzichte van den kleinhandel en daarmede gelijk te stellen bedrijven, de centrale raad in de overige gevallen (artt. 3, 27). De centrale raad ontvangt voorts bevoegdheid tot het vernietigen van konkurrentie-werende bedingen en tot het vernietigen van overeenkomsten in het algemeen. Daarnevens wordt in artikel 2 van het ontwerp aan den centralen duurteraad bevoegdheid gegeven tot het instellen van onderzoek 'm bepaalde bedrijfstakken"

Van de besluiten der distriktsraden was evenmin beroep toegestaan als van die van den centralen raad. Aan den centralen raad werd evenwel in art. 31 van het ontwerp bevoegdheid gegeven, besluiten, waarbij de duurteraad zijne wettelijke bevoegdheid heeft overschreden, te vernietigen.

Eerst dan wanneer, na voorafgaande waarschuwing, voortgegaan zou worden met het bedingen van buitensporige winsten werd straf bedreigd. De straf bestond in hechtenis tot ten hoogste één jaar of boete tot ten hoogste tienduizend gulden, welke som evenwel, wanneer het bedrag der bedongen winst hooger is dan vijfduizend gulden, verhoogd kon worden tot het dubbele der gemaakte winst. De waarschuwing van den centralen raad of den duurteraad wordt openbaar bekend gemaakt, wat reeds op 'zichzelf voor den betrokkene zeer ernstige gevolgen kon hebben.

Wanneer een winkelier openlijk verklaard had zich naar eene bepaalde prijszetting of prijsberekening te zullen gedragen, dan

Sluiten