Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DDDKTEWET

156'

en de gewone rechterlijke macht met de oude rechtsregelen zou hier niets van terecht brengen.

Wat stak hierbij nog af een rede van den kath. baron v. Wijnbergen die, opgestuwd door de kath. arbeiders, dit standpunt innam (bladz. 1285):

„De heer Marchant sprak van de buitengewone tijden, waarin wij leven, maar wij leven in een tijd, waarin het nog meer dan anders noodig is maatregelen van socialen aard te nemen, en uit sociaal oogpunt meen ik, dat dit wetsontwerp, zij het dan ook gewijzigd, aanbeveling verdient".

De sociaal-demokraten verwachtten van deze wet natuurlijk ook geen gouden bergen. Sannes zei 11 Febr» '20 terecht:

„Met andere woorden, de vraag, die op het oogenblik in verschillende landen aan de orde is gesteld,is deze, of rekonstructie op de tegenwoordige kapitalistische basis iSttogelijk zal zijn, en, indien zij mogelijk zal zijn, of dat niet zal wezen het middel om des te beter daarna op andere basis het, ekonomisch leven op te trekken".

Hij bepleitte een verder gaan, ook in andere banen. Hij bestreed de loonbevoegdheid, maar als de regeering deze wilde wegnemen, zou hij haar kunnen steunen.

20 Febr. 1920 verdedigde mr. Marchant zijn amendement op art. 3, door o.a. te betoogen, dat alleen de rechterlijke macht over die zaken mocht oordeelen. Met andere „hoogstaande mannen" werd tot vervelens toe den draak gestoken. Schaper wees er dien dag op, dat de buitenlandsche wetten van dien aard juist waren mislukt wegen» het ontbreken van die bestreden bepaling.

„Iedereen heeft wel gehoord uit de redevoering van den heer Sannes, dat wij allerminst dwepen met dit ontwerp, dat wij een radikale bestrijding van den woeker niet van dit ontwerp verWachten", zei Schaper Wij achten den-woeker alleen radi-

kaal te bestrijden door een radikale omvorming van ons maatschappelijk stelsel, door de socialisatie.'... Doch nu is de vraag: is men verantwoord tegenover de natie, als men intusschen niet doet wat men kan, en is men verantwoord alle middelen als lapmiddelen — als men ze zoo beschouwen wil — aan kant te •«dauwen? Of moet men doen wat men kan om althans dadelijk het kwaad zooveel mogelijk te beperken?" (Bladz. 1414).

De heeren kregen intusschen staan van de kommunisten,

die 20 Febr. bij monde van v. Ravesteyn ook verklaarden, tegen «Be kern der wet, art. 3, te zullen stemmen! De wet was „volksbedrog" — ongetwijfeld net als de 8-urenwet (bladz, 1416), Alsof, Wanneer deze Duurtewet schipbreuk leed, niet juist aangetoond zou zijn de noodzakelijkheid van het socialisme! Intusschen was de regeering gaan knoeien.

Het Volk van 4 Maart '20 schreef daaromtrent o.m.:

Eerst wordt voorgesteld, dat het hier geen eigenlijke

rechtspraak tusschen partijen betreft en dat dus de ingestelde

Sluiten