Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEMEENTE-POLITIEK

172

werd het nu 14 a 15 mill.! Daarom was v. d. Tempel zeer teleurgesteld, al gaf hij toe, dat de zaak nu een weinig anders stond» daar de heer de Geer toen een heffingsgrens wilde voor de gemeentelijke belastingen. Daarop had de nieuwe minister zich dan ook 13 Sept. beroepen, maar zeer steekhoudend was het niet (bladz. 2972 e.v.)

En hij haalde aan, wat de heer de Geer tot verdediging van zijn wetsvoorstel had geschreven:

„Gesteld voor de vraag, of deze meerdere uitgaaf van 15 millioen voor de betreffende zaak te verantwoorden is, wijzen ondergeteekenden er in de eerste plaats op, dat hierdoor niet een nieuwe ekonomische last op de natie gelegd wordt, doek slechts een verschuiving van lasten plaats heeft". (Bladz. 3060).

De ant-rev. Schouten juichte over de zwenkin-s des ministers ea.keurde zelfs de thans voorgestelde regeling als te royaal af.. De gemeenten waren lang niet 'zuinig genoeg. De vrijz.-dem. Teenstra tapte uit hetzelfde vaatje en bestreed de weelderigheid der groote gemeenten. Hij bleek niets te gevoelen voor de diensten* die de steden ook aan het platteland bewijzen door haar politie, haar ziekenhuizen, haar centra van ontwikkeling enz. Mr. v. Beresteyn, zijn partijgenoot, trachtte hem dat fiole brengen, zoodat hij ten minste voor het ontwerp stemde.

Het amendement-v. d. Tempel werd 22 Sepfeil921 verworpen met 64 tegen 21 stemmen. Voor stemden alleen de sociaal-demokraten, de kommunisten met de s.-p.-er en dr. v. d.. Laar.

Het wetsontwerp werd aangenomen met 68 tegen 17 stemmen, tegen de anti-revotatèstaairen op v. d. Molen en Smeenk na, de chrisfcfhistorischen Weitkamp en v. Veen, de vrijh-bonder Bijleveld, de katholieken Hermans, Juten en Kooien en Braat. (Bladz. 13).

In de Eerste Kamer werd het ontwerp 10 Nov. '21 aangenomen met 23 tegen 9 stemmen. Onder de tegenstemmers vindt men nog den liberaal Dojes!

12 Nov. 1921 (No. 1173) verscheen de wet in het Staatsblad.

Uitkeering O.-W.-belasting. — Naar, volgens de regeering, mag worde» aangenomen, zal uit de oorlogswinstbelasting netto omstreeks 700 nüilioen gulden aan het Rijk ten goede komen». Tot 1922 ontvingen de gemeenten:

uit de le uitkeering ƒ io.000.000

uit de 2e uitkeering rond 54.200.000

terwijl uit de in Aug. '21 voorgestelde uitkeering aan de gemeenten zou ten goede komen een bedrag van rond ƒ 46.000.000

n Totaal rond ƒ 110.200.000

Ue verdeeling was door een kommissie voorbereid, de juiste som der derde uitkeering was ƒ45.800.000.

Sluiten