Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GODSDIENST EN SOCIALISME

174

De minister antwoordde 18 Dec., dat de burgemeester ter verantwoording zou worden geroepen, als hij toeliet, dat bij besluit van den Raad of B. en W. de roode vlag op het raadhuis werd geplaatst. Hij beriep zich op art. 70 der Gemeentewet alsof dit zou zijn in strijd met wet of algemeen belang!

GODSDIENST EN SOCIALISME.

Langzamerhand druipen de tegenstanders met hun bewering, dat godsdienst en socialisme of godsdienstigheid en lidmaatschap der S. D. A. P. onvereenigbaar zijn, af. De feiten spreken daartegen ook al te duidelijk en de historie bovendien. De tal Van christen-socialistische sekten, die de geschiedenis heeft gekend, pleiten voldoende voor de vereenigbaarheid van godsdienst en socialisme, terwijl het Christendom juist ook idealen omvat, die de besten zijner belijders er steeds toe bracht, naar het socialistisch ideaal het oog te richten. Wij achten ons ontslagen van de verplichting, dit alles opnieuw uitvoerig te betoogen, in het boekje „De politieke strijd", van 1913, vindt men hieromtrent nog meer. Wij willen hier alleen nog wijzen op eenige uitlatingen en incidenten van den jongsten tijd. Natuurlijk trachten de tegenstanders, vooral die van „christelijken" huize, als zij kunnen, gif te zuigen uit iedere uitlating van socialistische zijde, dje met den godsdienst in verband staat.

Zoo schreef ds. C. H. Kettner, uit den Helder, in de „Socialistische Gids" van Aug./Sept. 1921 over „religie en socialisme" en dus ook over de verschillende stroomingen daaromtrent in de S. D. A. P. Hij konstateert op bladz. 797 juist „een groote belangstelling voor het geestelijke leven" in onze rijen, al wil hij voor de S. D. A. P. den godsdienst als partikuliere aangelegenheid handhaven, omdat er nu eenmaal vogels van diverse pluimage, verachters en minnaars van den godsdienst en dan een middengroep" in voorkomen.

„Tusschen (deze) beide uitersten bevindt zich", schreef ds. K. (bladz. 794), „afgezien van de onverschilligen, nog eene middengroep, met schakeeringen naar beide zijden in de uitersten overgaande. Deze middengroep, waartoe zich ook schrijver dezes rekent, is eenerzijds van oordeel, dat de traditioneele godsdiensten (dus ook het Christendom) onhoudbaar zijn en dus op den duur zullen verdwijnen; anderzijds meent zij, dat de plaats, die door den godsdienst wordt verlaten, niet geheel o n v etr v u 1 d zal b 1 ij v e n".

De (r.-k.) Tijd van 2 Aug. haalde deze regelen aan, doch liet opzettelijk weg de gespatieerde laatste woorden! Men begrijpt met welk doel. Het was om te komen tot dit oordeel:

„Wat wij hierboven dus leeren is, dat de S. D. A. P. bestaat uit vrijdenkers, die den godsdienst als vergif beschouwen,

Sluiten