Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grondwetsherziening

196

Kamer, zooals zij door de regeering is bedoeld, door evenredige vertegenwoordiging gekozen, steeds ontbindbaar en om de vier jaren atredend, is een verkleinde editie van de Tweede en dus overbodig. Katholieken als Bongaerts en antirev. als Rutgers wilden haar echter weer tot een konservatief instrument maken, door de verkiezing op de thans gevolgde wijze te doen plaats hebben, haar voor een periode van zes jaren te laten zitten, en onontbindbaar te verklaren. Dit was veel erger. Het werd 6 Dec. '21 door de voorstellers verdedigd en door Troelst» (den minister en den kath. mr. v. Schaik) bestreden, als gepruts en blijk van onwil om de openbare meening tijdig in de Eerste Kamer te doen doordringen. Het reactionaire amendement werd verworpen met 50 tegen 25 stemmen. De antirevolutionairen (zelfs Smeenk)) stemden voor; benevens de katholieken Bongaerts, Kolkman, Kooien, Fleskens, v. Vuuren, Swane en v. Sasse en alle christ.-historischen, met Bakker inkluis (bladz. 874).

In dezelfde lijn lag het verzet tegen' de ontbindbaarheid der Prov. Staten, die de Eerste Kamer tkiejsen. Kan men die bij een konflikt niet ontbinden, dan keert de Eerjtte Kamer, die wegens een konflikt is ontbonden, eenvoudig met dezelfde leden terug en de Tweede Kamer legt het af. Konservatieven als Rutgers, Schokking en v. Sasse v. Ysselt pleiten hiervoor, om een rem te behouden tegen de rechtstreeks door de kiezers gekozen Tweede Kamer. Troelstra en de kath. mr. v. Schaik verdedigden de wijziging, de minister eveneens. 7 Dec. '21 werd het voorstel der regeering aangenomen met 53 tegen 27 stemmen. Alle anti-revolutionairen en voorts de katholieken Bongaerts, Juten, v. Wijnbergen, Kolkman, Reymer, Swane, v. Vuuren, v. Rijckevorsel en Sasse v. Ysselt, benevens alle christ.-historischen met mannen als Bakker en Weitkamp, beider kleine lieden van het platteland, tegenl (Bladz. 904.)

Het referendum. — Een amendement-Marchant c.s. stelde voor, een art. 120bis in te voegen, volgens hetwelk een volksstemming over een wetsontwerp zou kunnen worden gehouden, ah binnen 2 maanden ten minste 20.000 (later gewijzigd in 1/m deel der kiezers) dit zouden verlangen. Als 30 kamerleden het wilden, zou daartoe de koninkl. bekrachtiging van het ontwerp worden opgehouden. Indien de meerderheid der kiezers het ontwerp zou afstemmen, zou het zijn vervallen. Troelstra bestreed het referendum geheel, als door het volk niet meer gewenscht en t o t het volk het verlangen ernaar uitspreekt. Hij achtte het van konservatieve strekking. V. d. Waerden en Schaper zagen wel eenige bezwaren, doch wenschten zich te houden aan de in Augustus 1903 ingediende sociaaldem. wetsvoorstellen tot grondwetsherziening en het Strijdprogram der S.D.A.P.; zij achtten het referendum een middel tot volksopvoeding en een eisch van demokratie. Schaper wilde echter

Sluiten