Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

207

DB BEDRIJVEN, SOCIALISATIE EN MEDEZEGGENSCHAP

regelt, dat die wet ook de verplichting regelt van hen, „die niet tot de zee- of landmacht behooren, ten aanzien van 's lands verdediging opgelegd kunnen worden. Dit staat ook nu in de [Grondwet.

Ten .slotte luidde echter een 2e lid van het amendement: „Bij de' wet worden de voorwaarden genoemd, waarop wegens ernstige gemoedsbezwaren vrijstelling van den dienst wor*dt verleend." Dit betrof dus de gemoedsbezwaren. De vrijz.demokraten stelden voor, het eerste lid van art. 181 (dat. er een zee- en landmacht zal zijn) te doen vervallen. De bedoeling was ook, niet verplichtend een krijgsmacht voor te schrijven. Kolthek verdedigde een amendement, dat alle Nederlanders, daartoe lichamelijk en volgens hun geestelijke gezindheid in staat, verplicht zijn, mede te werken tot handhaving der onafhankelijkheid van het Rijk en tot de verdediging van het grondgebied. Dit voorstel hield dus ook rekening met gemoedsbezwaren.

Verdedigden 8 Dec. '21 mr. Oud, K. ter Laan en Kolthek 'achtereenvolgens de amendementen, de minister bestreed de eerste als te optimistisch, doch nam dat ten aanzien van de gemoed s- (nu gewetens-) bezwaren over. De overige amendementen werden 8 Dec. '21 alle verworpen, zooals te verwachten was. Dat van Troelstra c.s. tenslotte, strekkende om art. 180 te laten vervallen, werd verworpen met 55 tegen 17 stemmen. Alleen de sociaaldemokraten en kommunisten met den s.-p.-er en v. d. Laar stemden voor (bladz. 941). Het amend.-Marchant om art. 181 te laten vervallen, werd verworpen met 49 tegen 23 stemmen. Alleen de vrijz.-demokraten, de kommunisten met de s.-p.-er, A. P. Staalmannen de sociaaldemokraten stemden voor.

Het amend.-Kolthek werd verworpen met 58 tegen 14 stemmen. De kommunisten stemden nu tegen, terwijl dit nota ; benei aan de dienstweigering tegemoet kwam en, al was het amendement slapper dan dat van de soc.-dem., toch in ieder geval beter was dan het bestaande artikel (bladz. 942)1

De bedrijven, socialisatie en medezeggenschap. — Op hoofdstuk, IX, van den Waterstaat, werd van sociaaldem. zijde voorgesteld, dat hoofdstuk te noemen „Van den Waterstaat en de [Bedrijven" en voorts in te voegen:

Art. 191 b i s. Bij de wet worden algemeene regels vastgesteld betreffende de overneming van partikuliere bedrijven door het Rijk of andere daartoe bevoegde publiekrechtelijke lichamen. Zij bevat tevens algemeene regels omtrent de oprichting en het [beheer der publieke bedrijven.:''

Art. 1911 e r t i e s. Bij de wet worden bepalingen gemaakt i om den in het bedrijf werkzamen arbeiders medezeggingschap in het voeren van het bedrijf te verzekeren en om de belangen der verbruikers te behartigen.

Sluiten