Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

81T

HOOGOVEN-BEDRIJF1

ken en treuzelen met de zaak zooals hij zelf vetkiesfc Men kalt dat kollege niet kontroleeren; men kan niet nagaan, hoe vaak er vergaderd wotdt, hoe men de zaak .uitvoert; men weet er niets van. Nu w«Bt men, hoe het dikwijls in dergelijkeokommis* sies gaat. De menschenftdie in zoon Hoogen Raad zitten, zitten in den regel ook in andere kolleges; die hebbenrthün tijd noodig. Men weet hoe het gaat in een Staatskommissitflb.

Klandestien werden later uit den H. R. publikaties in de pers gedaan, hetgeen beteekent, dat er minder nauwgezette dement ten in zaten of nog zitten.

Voor de arbeiders, die slechts veroveren wat hun machtspositie hun veroorlooft, zijn zulke kolleges, paritheiisnh fait tiwee 'gelijke partijen) samengesteld, met een marge van „geleerden", die meestal tot de bourgeoisie behooren, van weinig voordeel, meestal van nadeel. Daarom mag het parlement zich er nimmer door gebonden achten/' '

Bij de grondwetsherziening werden kolleges als dit onder meer algemeen verband besproken.

HOOGOVEN-BEDRIJF.

25 April 1918 werd door de Tweede Kamer een wetsontwerp aangenomen tot deelneming door het Rijk in een naaml. vennootschap voor de oprichting en exploitatie van een Nederlandsch Hoogoven-Staal- en Walswerk-bedrijf. De sociaaldem, fractie heeft daar tegen gestemd. Niet omdat zij tegen zulke gemengde overheidsbedrijven zou zijn, doch op gronden, ontleend aan de bizonderheden der zaak zelve. De Staat zou een-, voudig aandeelhouder worden en kreeg voorts in de leiding een regeeringskommissaris met slechts een adviseerende stem. Albarda verklaarde 23 April 1918, dat dit wetsontwerp voor de onzen geen grondslag vormt, waarop de Staat aan de oprichting van de naaml. venn. zou kunnen deelnemen. De exploitatie moest nu en in de toekomst ten alg. nutte plaats vinden, doordat de Staat desnoods zelf het bedrijf kan overnemen, daar dit een monopolistisch bedrijf is. De minister had echter een uaastings-klausule afgewezen, toch zou voor 7*/> van de 25 millioen door den Staat worden deelgenomen. Zekerheid, dat de Staat de andere aandeelen zou kunnen koopen, was er evenmin. Een sociaaldem, amendement, om te bepalen dat de wijze waarop de Staat de zaak kon overnemen, bij nadere wet zou worden geregeld, werd 25 April 1918 met 50 tegen 20 stemmen verworpen. Voor stemden slechts de sociaaldemokraten en éétjavdemokraten. Het wetsontwerp zelf Werd aangenomen met 49 tegen 25 stemmen. Tegen dezelfden, benevens de katholiek de Wijkerslooth en de liberalen Hubrecht^Stt^ IW'' der, v. Raalte, v. Gilse en Heeres (bladz. 2426). — de Eerste Kamer nam het ontwerp 28 Mei 1918 zonder hoofdei, stemming aan. 26 Juli 1918 werd de wet vastgesteld^Stbl. no. 486).

Sluiten