Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INDISCHE POLITIEK

218

22 Okt. 1919 was een wetsontwerp:; aan de orde, om de regeering te machtigen, gronden in de duinen bij IJmuiden, vroeger door het Hoogoven-bedrijf gekocht, en die het nu van de hand wilde doen, aan te koopen tegen den prijs, waarvoor het H.-O.-bedrijf ze zelf had gekocht. Min. König betoogde, dat het in ieder geval nuttig is dat de Staat die gronden in eigendom bezit. De kwestie was alleen of de prijs te hoog was. De kath; v. Dijk beweerde het, dr. Lely betwistte het, mèt den minister. De sociaaldemokraten oordeelden evenzoo en zagen dezen grondaankoop voor de gemeenschap niet ongaarne. Het ontwerp werd dien: dag aangenomen met 48 tegen 9 stemmen, die der vrijz.-demokraten, Kolthek, de kath. v. d. Bilt, v. Dijk en v. Vuuren, de christ.-hist. Weitkamp en de komm. v. Ravesteijn (bladz. 202).

INDISCHE POLITIEK,

Volgens de Jaarcijfers van 1921 (over 1919) telt 0 o s t-I n d i ë op Java en Madoera 34.157.383 inwoners, en de Buitenbezittingen in totaal 13.046.256 zoodat in totaal daar 47.003.639 menschen aan de zorgen van Nederland zijn toevertrouwd, waarvan Europeanen 138.845 en vreemde Oosterlingen (als Chineezen en Arabieren) 438.944. Dat was volgens de telling in 1917. — Al deze eilanden beslaan een oppervlakte van 1.896537 vierkante kilometer. Weet men, dat Nederland's grondgebied in Europa bedraagt rond 34.186 KM.2, dan ziet men, dat OostIndië alleen ongeveer 55 maal zoo groot is) De bevolking is bijna 9 maal zoo talrijkr"''

Wat West-Indië betreft, dit land telde in 1919 94.930 inwoners, waarvan ruim 1000 Europeanen. Curacao telde in 1919 55,650 inwoners.

Het behoeft dus geen betoog, dat Nederland, hetwelk de wetten voor deze landen maakt en het bestuur erover aanstelt, met zorg heeft na te gaan, wat de behoeften en nooden zijn dezer uitgebreide bevolking. De sociaaldemokraten trachten zooveel mogelijk recht te doen aan de inlandsche en gemengde bevolking, willen geen overheersching en streven naar de vrijmaking van Indië; doch beseffen ook, dat een algeheele losmaking in den tegenwoordigen tijd die bevolking zou overleveren aan andere, wellicht wreedere tyrannen, van eigen landaard ol vreemde mogendheden, In het parlement werkten de onzen in den geest van de desbetreffende paragraaf van het in de Kerstdagen van 1921 vastgestelde verkiezingsprogram.

. De Indische begrooting. — Om een indruk te geven van de Indische goevernements-huishouding volgen hier eenige cijfers, ontleend aan de begrooting van Inkomsten en Uitgaven over 1921.

Het totaal der Uitgaven in Oost-Indië is geraamd op ƒ 600.736.822, waarvan voor:

Sluiten