Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

221

VOLKSRAAD EN EVOLUTIE — VERSCHILLENDE ZAKEJS

hoe de Volksraad moet worden b*|rvormd tot een volksverte» genwoordiging. Dat is een gevolg van de Noverafeergebeurtenissen. De goeverneur-generaal is blijkbaar diep onder den indruk dier gebeurtenissen geweest en hij heeft naar aanleiding daarvan in het openbaar in uitzicht gesteld een >{we*ebuiwing van bevoegdheden in het Èsdische staatswezen. Het heeft zeker de aandacht van vele leden getrokken, dat de Miajateivi» *ÜO Memorie van Antwoord zeer duidelijk tegen de strekking van nUe verklaringen van den goeverneur-generaal reageert en net keeltzakeivd*. aandacht van de gistere» aanwezige leden getrokken, dat de redevoering van den heer Fock eveneens dién tendenz vertoonde".

Over de verbanning van &S*#«U*t liet Albarda zich afkeurend uit in zooverre, dat hij het gebruik maken van de „exhorbitante rechten'^ waarbij interneering op gezag der administratie utogeKtk> is,j>»rkeerd vond. Wat de industriëele ontwikkej! ling betreft, door v. Ravesteijn niet gewenscht» zei AJbarda:

„Die ontwikkeling is reeds aan den gang en het komt er slechts op aan op welke wijze zijaal moeten geschieden. Ten voordeele van het Europeesche kapitaal, zoodat Indië opnieuw -aan een sterke drainage zal worden onderworpen, of wel zoo, dat de nadeel*», voor het inlandsche volk zoo klein mogelijk en de vootdeelen zoo groot mogelijk zijn".

Bizonder opvallend van reactionaire gezindheid was de rede van jhr. de Muralt,' bij de behandeling der Ind. begrootingj*; i)ec. 1920*" Hij was naar Indië geweest en kwaak terug, geladen met kritiek op den nieuwen loop der ontwikkeling, die hij 21 ISw.-uitstortte. Albarda nam hem daarover geducht.onder handen. Zelf» „Het (liberaal) Vaderland" verlooo&mde deze politiek'. Spokende over het gebrek aan belangstelling in de Indische politiek, getoond door.Tweede Kamerleden, die beseffen dat zij te weinig van de zaken weten, sprak Albarda aan :h*t slot zijner rede op 21 Dec- 1920*

„Maar als dat besef zoo algemeen is — en dat maen ik te mogen aannemen — dan moet het omgezet worden in daden, die leiden tot medezeggenschap van Indië over eigen belangen 'ï en eigen rechten; dan moet zooveel mogelijk gevolg worden gegeven aan de vèr strekkende en kloeke pl*«U<»lu>aeergelegd in het rapport van de kommissie, die onder vnsMHttef schap van prof. Carpentier Alting heeft gewerkt. Het moet als.de eerste, ja bijna als de eenige taak van Regeering en Volksvertegenwoordiging besebouwd worden in dezen tijd de autonomie van Nederlandsch-Indië, het ontstaan van een eigen staatsgemeen\ schap in Indië, met alle kracht te bevorderen". (Bladz. 1247.)

Verschillende zaken. — Wij kunnen slechts enkele, zeer belangrijke aangelegenheden, eenigszins uitvoerig behandelen. Het zou alleen een boek vullen, wilde men beproeven, alle aangelegenheden van het groote Indië hier te bespreken. Eenige

Sluiten