Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

227

DJAMBI-OLIE

den werd gespeeld van een groep kapitalisten, onder aanvoering van den heer H. Colijn,

Art. 1 van het wetsontwerp luidde, wat het eerste lid betreft: „De Minister van Koloniën wordt gemachtigd om met inachtneming van de bepalingen dezer wet voor en namens Nederlandsch-Indië met de door hem aan te wijzen persoon of personen eene naamlooze vennootschap op te richten, genaamd „Nederlandsch-Indische Aardolie Maatschappij," welke ten doel heeft:

a. het opsporen en winnen in Nederlandsch-Indië van:

• 1. aardolie, aardpek, aardwas en alle andere soorten van bitumineuse zelfstandigheden, zoowel vaste als vloeibare en brandbare gassen, voorzoover niet uitmakende een bestanddeel van een vast gesteente, dat voor hunne winning in zijn geheel moet worden ontgonnen;

2. jodium en de verbindingen daarvan;

b. het te gelde maken van de gewonnen grondstoffen en de daaruit bereide producten;

c. het verrichten van handelingen en het aangaan van overeenkomsten, welke tot de bereiking van het sub a en b vermelde doel bevorderlijk zijn, daaronder het deelnemen in andere vennootschappen."

I, En het le lid van art 2:

„De Nederlandsch-Indische Aardolie Maatschappij is belast met en door middel van grondboring als op andere wijze, van de in het eerste lid van het vorige artikel onder letter a sub 1 en 2 bedoelde zelfstandigheid in een in de residentie Djambi gelegen terrein, waarvan de grenzen in het volgende lid worden aangegeven, en tot den aanleg van alle daartoe noodige werken, zoo op als onder den grond".

Men begrijpt wat dit zeggen wilt

Doordat het alg. bestuur der Ned.-Ind. Aardolie Mij. zou berusten bij een Raad v. Beheer, waarin het Goevernement de meerderheid van stemmen zal hebben, meende de regeering te mogen beweren, dat de onderneming „in w e z en" het karakter van een staatsbedrijf zou hebben.

Het Land Ned. Indië en de B a t a a f s c h e P e t r. M ij,, Laan welk lichaam voor de eerste maal de directie der vennootschap zou worden opgedragen, zouden ieder voor de helft het oprichtingskapitaal leveren, ƒ 10 millioen werd vooreerst voldoende geacht.

In werkelijkheid werd de zaak in handen gespeeld van de |„Koninklijke Nederl. Mij. tot Exploitatie van Petroleumbron|nen in Ned.-Indië, een onderdeel van de Koninklijke Shellgroep, die voornamelijk werkt met Engelsch kapitaal, onder directie van den heer Deterding. De bekende Amerikaansche Standard Oil Comp. adresseerde dan ook, evenals de Ned. Koloniale Petr. Mij. te Rotterdam, om haar ook in den oliebuit

Sluiten