Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

233

HET NED.-INDISCH LANBHJYNDIKAAT

Ned. Handelmoij. enz. Het doel was het verkrijgen van gronden in bijna den geheelen Archipel. V. ltcutz deed a«f goev.-generaal met Colijn, alsfHÈlviseur voor de buitenbezittingen, samen om dit syndikaat te begunstigen. Groote komplexen, reusachtige landerijen werden in beslagj genonten. Gesteund door een min. v. koloniën en door den goev.-generaal, kon Colijn een geduchte, positie veroveren. Toen Colijn minister van oorlog werd, verving v. Heutz hem als president-kommissaris van het Landsyn-5. dikaat. De Indische bladen schreven er in 1911 reeds zeer afkeurend over. Maar de „Standaard" noemde Hendrik Colijn een goed christen, met een schitterende carrière, die had „in zijn noesten arbeid iets specifiek Calvinistisch, iets prijzena* waardigs Kuyperiaanaahl" Doch hij gebruikte zijn ambtelijke, positie om zich rijkdom te bezorgen van grond en schatten in den bodem. Dit is de korruptie in onze Indische politiek, dat oud-goeverneurs-generaals en oud-ministers van koloniën rijke posten bekomen in partikuliere maatschappijen, zoodat zij vóóraf, als regeerders, reeds alle redenen hebben om die maatschappijen te begunstigen. De anti-rev.- de Waal-Malefijt, de Monté ver Loren en anderen hebben dit sfelsel ook nu en dan afgekeurd. Dit stelsel bestreed v. Kol in de Staten-Generaal steeds, ook andere sociaal-demokraten, als Troelsten», Vliegen en Albarda, en dit stelde v. Kol ook aan de kaak in zijn brochure. Colijn heeft in Sept. '21 zich hiertegen min of meer verdedigd, en bewijs, „om bewijs" gevraagd, dat hij zijn ambten misbruikte om zich „persoonlijk in ergerlijke mate te bevoordeelen". Ook schreef hij, dat hij zich als zakenman nimmer tot Kamerleden wendde om hulp. Iedereen beseft het yooze dezer redeneering. Zulk een bewijs is de geheele geschiedenis, de* laatste 20 jaren en hulp van Kamerleden heeft Colijn niet noo; dig; hij was machtiger dan een Kamerlid! Van Kol heeft hem in een tweede brochure, een „supplement op den eersten druk", geantwoord en gaf nog weer nieuwe staaltjes van machtsmisbruik aan. Toch zal Colijn weer in de Kamer worden gekozen, hij is en blijft leider der Anti-Rev. Pari},*de opvolger van FdrriXnyperl Van Kol wijst er op, hoe Colijn in de Deputate»* vergadering in Oktober '21 in den Haag werd toegezongen: „Dat 's Heeren zegen op U daal, Zijn gunst uit Zion U bestraal" doch wil- voor „Zion" Djambi gelezen hebben. De heer Colijn profiteert liefst van allebeide en het anti-rev. „Christenvolk"' vindt dat alles' goed!

21 Dec. 1921 stelde Wijnkoop nog eens weer een motie voor ' om de regeering uit te noodigen, om op de beslissing inzake het Djambi-onttfarnr'terug te komen. Ofschoon zulk een poging na-, tuurlijk praktisch weinig meer beteekende, stemden de sociaaldemokraten toch 22 Dec. '21 maar mede voor. De v e r w e r; ping had plaats met 70 tegen 21 stemmen, alleen de sociaali democraten stemden mede voor (bladz. 1285). Een andere zaak werd echter door Sannes besproken. Hierover thans.

Sluiten