Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INDISCHE POLITIEK

234

Kapitalistische belastingpolitiek. — De Javaan wordt nog steeds schandelijk zwaar belast en het grootkapitaal wordt betrekkelijk slechts licht getroffen. Was 7 Juni 1919 een wijziging van de Indische Tariefwet tot stand gekomen. 16 Sept. 1920 werd een nieuwe wijziging ingediend, tegelijk met andere voorstellen tot belastingheffing. De belastingvoorstellen van de Ind. regeering en 'den Volksraad, als basis van fiskaal stelsel, •kwamen hierop neer:

lo. heffing van uitvoerrechten van welhaast alle belangrijke stapelprodukten, met uitzondering van suiker, koffie, thee en ondernemingstabak, welke heffing voor de meeste voortbrengselen zou plaats vinden naar glijdende schalen, voor enkele andere in den vorm van een specifiek recht en voor nog andere in dien van een waarderecht;

2o. invoering van:

a. eene suikerbelasting;

b. eene koffiebelasting;

c. eene tabaksbelasting;

d. eene theebelasting;

3o. verhooging van de inkomstenbelasting voor physieke personen en invoering, als onderdeel van deze belasting, van eene progressieve belasting op de extrawinsten van rechtspersonen;

4o. verhooging van akcijnzen;

5o, verhooging van het tarief voor invoerrechten; 6o. invoering van eene vervoersbelasting; 7o. invoering van eene petroleumbelasting; 8o. heffing van eene tijdelijke suiker- en van eene tijdelijke kinabelasting.

De min. v. koloniën: kon zich er niet mede vereenigen, om de uitvoerrechten en de produkten-belasting een blijvende plaats in het belastingstelsel te geven. Toen 8 Febr. 1921 dit ontwerp in openbare behandeling kwam, wees v. d. Tempel erop, dat alleen van de suiker een winst is gemaakt van 600 a 625 millioen van den oogst 1920! De petroleum-barónnen kwamen er in vergelijking met anderen te goed af. In plaats van de petr.belasting was een uitvoerrecht voorgesteld welke over 1921 pas in werking kon treden, zoodat voor 1920 de winst alweer, onverminderd binnen was. Tegen een verhooging der lucifersbelasting werd geprotesteerd; daarmede trof men de armen. Wilde de minister de produkten-belasting, volgens hem niet billijk, slechts tijdelijk (voor 3-tal jaren) handhaven, v. d. Tempel en Albarda vertrouwden dat niet en stelden voor, dat de Kamer zou uitspreken als haar oordeel „dat het wenschelijk is de pro* dukten-belasting voor onbepaalden tijd in het Indische belastingstelsel op te nemen en aangaande eventueele afschaffing eerst eene beslissing te nemen, wanneer betreffende de werking van de extra winstbelasting ervaring is verkregen".

Deze prod.-belastingen treffen de grootkapitalistische onder-

Sluiten