Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INDISCHE POLITIEK

238

niet veel vooruitgegaan, ofschoon vooral daarna zooveel is veranderd in Indië. hl de Mem. v. Toelichting heette het o.m. als doel der hervorming:

„In verband met zijn staatkundigen groei eischt Nederlandseh*. Indië eene bestuursinrichting, welke aan dié natuurlijke ontwikkeling" ruimte laat om onbelemmerd zich te voltrekken. Nu uit de inheemsche bevolking van verschillende deelen van den Archipel een toenemende drang naar medezeggenschap in de openbare zaak voortkomt, ligt het op den weg van het Nederlandsch gezag, die kiem van volkskracht tot gezonde ontwik-, keling te brengen en daartoe organen in het leven te roepen, waarin die bevoling, door de praktijk van bestuursuitoefening en het dragen van de daarmede samengaande verantwoordelijkheid, geleidelijk zich de politieke scholing leert verwerven, die onmisbaar is om ten slotte aan Nederlandsch-Indië een werkelijk zelfstandig bestuur in het algemeen Nederlandsen staatsverband te kunnen verleenen".

„Bij de hervorming van het bestuursstelsel zal. .... in hoofdzaak tweeërlei doel moeten worden nagestreefd: schepping van organen voor zelfstandig bestuur en administratieve decentralisatie en dit zoodanig, dat zoowel in de eene als in de andere richting een wijd perspektief geopend Wordt; al dadelijk zij hierbij opgemerkt, dat eenzelfde maatregel in beide richtingen werken kan. Daarnaast zullen, in ruimere mate dan dit tot dusver is geschied, krachtens het in artikel 67 van het regeeringsreglement neergelegd beginsel taak en bevoegdheden van het Inlandsche bestuur moeten worden uitgebreid en waar noodig herzien, terwijl, waar dat onmisbaar element nog ontbreekt, zooveel mogelijk een voor zijn taak berekend Inlandsen bestuur gevormd zal moeten worden".

Er zouden provinciën en goevernementen worden ingesteld, stadsgemeenten bevestigd. De raden der provinciën zouden deels gekozen, deels benoemd worden. Zij zouden (art. 67a) de gewestelijke huishouding regelen en besturen. De inlandsche gemeenten (art. 71) zouden hare hoofden en bestuurders verkiezen, behoudens goedkeuring door hooger gezag. Zij zouden het bestuur en de gem. hnishouding regelen. Dit klonk zeer mooi, maar het was veelal schijn. „Bij verordening" zou veel kunnen worden ongedaan gemaakt en bij alg. verordening zou de verkiezing der organen worden geregeld. Alles zou afhangen van de regeering en hare ambtenaren.

De Volksraad had dit ontwerp eerst behandeld, had er 12 amendementen in vooruitstrevenden zin op aangenomen, in den geest van een vastgesteld herzieningsrapport, en toen als geheel aanvaard. Doch de minister Het alle amendementen eruit en diende het oorspronkelijk ontwerp in! Albarda protesteerde daartegen 13 Okt. 1921 met kracht. Albarda zei verder, dat er niet het minste op te rekenen' viel, dat de bevolking zelve veel

Sluiten