Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KATHOLIEKE STAATSPARTIJ

244

4. Wettelijke regeling inzake het deelnemen van belanghebbenden aan de uitvoering van sociale wetten.

5. Maatregelen ter voorziening in den woningnood, waarbij vooral dient' gelet op de behoeften van groote gezinnen. Enz.

Wat die maatregelen inzake den woningnood betreft, leze men hetgeen medegedeeld wordt over de houding der katholieken inzake de interpellatie-Schaper omtrent de Juni-cirkulaire van min. Aalberse (zie onder Woningvraagstuk). Het overige van deze paragraaf zegt niet heel veel en zal voor de nieuwe verkiezing wel op de een of andere wijze moeten worden aangevuld.

Inzake Arbeid zegt het Program van 1918 nog:

21. Bevordering der arbeidsgelegenheid. Bestrijding van werkloosheid.

Wettelijke regeling van de arbeidsbemiddeling.

22. Wijziging van de wettelijke regeling van de arbeidsovereenkomst.

23. Uitbreiding der arbeidsbescherming, in het bijzonder met beperking tot den arbeidsduur.

Verbod van den arbeid der gehuwde vrouw in fabrieken en werkplaatsen.

Wettelijke regeling van den arbeid in de huisindustrie;' - Bescherming der landarbeiders.

Verkrijging waar mogelijk en noodzakelijk van den wettelijken achturen arbeidsdag. Afschaffing van nachtarbeid der bakkers 'en van anderen noodeloozen nachtarbeid.

Enzoovoorts (over verzekering).

Deze, deels verouderde paragraaf is op sommige punten erg rekbaar, men kan er vele kanten mee uit. De bedrijfsorganisatie en de medezeggenschap worden nog geheel gemist. Dit werkje zal wel verschenen zijn, aleer het nieuwe verkiezingsprogram is tot stand gekomen.

R.K. Klassenstrijd. — Belangrijker is, welke geschillen heerschen in den boezem der Kath. partij inzake deze arbeidersvraagstukken, waaruit blijkt, dat ook in die kringen de klassenstrijd bestaat. De r. k. arbeiders wenschen ongetwijfeld medezeggenschap en hunne leiders lieten zich soms vriendelijk uit over de socialisatie (zie aldaar). Doch de werkgevers zij&' moeilijk meer te houden en vertoonen dezelfde reactionaire neigingen als de liberale, christ.-historische en anti-rev. patroons. Dat de reactie er rondwaart, bleek uit het Manifest van het Bureau voor de R. K. Vakorganisatie en de Federatie dar: Diocesane R. K. Volks- en Werkl.bonden, van November 1921, „aan alle Kath. arbeiders en arbeidersvróuwen van Nederland!" In dit manifest werd krachtig tegen de reactie opgekomen (zie nog onder K o a 1 i t i e-a r b e i d e r s). Doch wat gebeurde? In de bisdommen Breda en den Bosch werd door de kerkelijke overheid de verspreiding verboden! En de „Maas-

Sluiten