Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

R.K. KLASSENSTRIJD

bode" schreef er over, o.m. (zie „Het Volk", van 15 Nov. 1921): „Men zou met een enkele wijziging deze opwekking om toe te treden tot de Katholieke organisatie pasklaar kunnen maken als propagandamiddel voor de „moderne" organisatie, zoo weinig verschilt de toon.

h Neen, aldus kan niet de taal zijn van mannen, die de katholieke solidariteitsgedachte in hun vaandel hebben geschreven. Prediking van den klassenstrijd of wat daarop gelijkt, late men aan de roode propaganda over".

Toch was er van socialisme geen sprake in het manifest. Als de klassenstrijd er in gepredikt werd, bewijst dit dat die strijd zich onwillekeurig opdringt aan alle arbeiders onder de tegenwoordige sociale verhoudingen. Doch hier waren geestelijkheid en pers dus op de hand der werkgevers en tegen de arbeiders in dezelfde part ijl

Onder de leuze „Solidariteit" willen de katholieke leiders de partijen bijeen houden. Doch dit is niet mogelijk dan met opoffering van de belangen der arbeiders. Zoo schreef de Nieuwe Eeuw, het r. k. weekblad in begin Oktober 1921 (overgenomen uit Het Volk van 5 Okt.):

„De solidariteitsidee gaat er onder deze omstandigheden, nu de patroons klagen over de onhoudbare loonen en de arbeiders over het veel te lage loon bij den hoogen levensstandaard, óók al niet op vooruit. Dat blijkt niet alleen uit het aflasten van het R. K. Bedrijfsradenkongres — als voorwendsel voor dit aflasten doet dienst de Sociale Week! — het blijkt ook uit de krisis, welke de kontakt-kommissie in het Mijnbedrijf door-

jnaakte .

De sekretaris der kath. werkgeversbonden, mr. Kortenhorst, schreef begin September '21 in de „Maasbode" tegen de 8-urenwet. De voorbereide wijziging van eind '21 was niet voldoende. Aalberse moet „het roer om" gooien. Nu de verkiezingen naderen komen de werkgevers om hun aandeel in het op te stellen program. Zoo heeft de Alg. R. K. Werkgeversvereeniging aan het hoofdbestuur van den Bond van R. K. Kiesvereenigingen een verzoek gericht tot opneming van een bepaald geformuleerd punt inzake het bedrijfsleven der staatsorganen, en zij schrijft tot toelichting daarvan:

„Aangezien aan het begrip publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie, volgens de gedachte van verschillende R. K. sociologen en arbeidersleiders, de ge d'a chte verbonden is van uitbreiding der medezeggenschap van de arbeider s-o rganisaties in het bedrijf buiten het terrein der arbeidsvoorwaarden, meent de A.R.K.W.V. zich te moeten uitspreken tegen de plaatsing van de uitdrukking „publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie" op het R. K. staatsprogram en geeft in overweging op dat program in het daarvoor bestemde hoofdstuk bovenstaande formuleering op te nemen. De A.R.K.W.V. is van meening, dat onder

Sluiten