Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LANDBOUW BN LANDBOUWERS

270

K-Schaper antwoordde hem dien dag op deze en andere tirades het volgende o.m. (bladz. 2008):

„Ten eerste beeft hij — n.1. Weitkamp — gevraagd, insinueerend, of het niet op rekening komt van de S. D. A,Jp., dat de arbeiders zulke lage loonen verdienen, daar de mannen der S. D. A; P. in den oorlogstijd zulke voorstanders waren van krisismaatregelen.

Als er ooit een goedkoope kwaadaardigheid gezegd is tegen de S. D. A. P. is het wel deze. Die maatregelen zijn genomen door de bourgeoisie, terwijl wij juist dikwijls voor betere levensmiddelenvoorziening zijn opgekomen, vooral ook voor de veenarbeiders, die soms dringend behoefte hadden aan spek en vet, zonder welke zij hun harde en zware werk niet konden verrichten. De verklaring van den heer Weitkamp is dus niets dan verdachtmaking, want zoo iets moet men niet beweren maar

bewijzen en als hij het hier niet kan of wil, zijn wij bereid

het in een openbare vergadering met hem te bespreken. Voorts zeide de heer Weitkamp: de kleine boeren zijn eigenlijk ook arbeiders. Dat hebben wij al 25 jaar hing betoogd! Maar erger is, dat hij vertelde, dat wij in den distributietijd ons op een schandelijke wijze over de boeren hebben uitgelaten. Ook hier was dat weer een lasterlijke voorstelling van zaken.... De heer Weitkamp verzweeg, dat wij steeds onderscheid hebben gemaakt tusschen de kleine boertjes van zijn kanber en tusschen de heerenboeren, de „speknekken", zooals wij in het 'noorden zeggen, en de dikke boeren elders, die enorme winsten hebben gemaakt. Menigmaal zijn wij voor die kleine boeren opgekomen, en aan Minister Posthuma hebben wij gevraagd, bij de belooning verschil te maken tusschen die boertjes op de schrale gronden en de dikke boeren op de vettere'gronden. Dat was dus ook een onwaarheid".

W. kwam er echter niet op terug!

28 Febr. 1918 sprak Schaper bv. in een groot levensmiddelendebat (bladz. 1638):

„Niemand wil den boer onthouden wat hem toekomt, maar het is een verwaten pretentie om de absolute beschikking te willen hebben over den bodem en om de winsten naar zich toe te willen halen ten koste van de groote massa, teneinde vrouw en kinderen met goud en zilver te kunnen behangen als goudsmidswinkels. Ja, mijnheer de voorzitter, zoo is het. Ik scheer lang niet allen over één kam. Er zijn zandboeren en huns gelijken, die het niet te weelderig hebben; maar er zijn vele groote boeren, die in weelde baden, die veel geld hebben verdiend". Enz.

28 April 1921 hield de hr. Weitkamp een interpellatie over vleeschvervoer naar Engeland, een groot belang voor de landbouwers. De speciale vleeschtrein was opgeheven en die is noodig, om het vleesch frisch in Engeland te doen aankomen. De heer W. wees op de weinig-harmonieus e samenwerking

Sluiten