Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEGER EN VLOOT

276

Geld wegsmijten voor vermeende landbouwbelangen kunnen de sociaaldemokraten natuurlijk niet. Nog in den tijd, dat de groote landbouwers gouden jaren hadden, trokken steeds het Kon. Ned. Landbouw-Comité en de Ned. Tuinbouwraad groote subsidiën. Daartegen heeft de sociaaldem. fractie meermalen gestreden en gestemd. Geld voor nuttige doeleinden, dat noodig is, is echter steeds toegestaan, zelfs voor geitenfokkerij en pluimveeteelt. Doch voor uitvaardiging van landbouwkonsuls naar het buitenland kon niet gestemd worden. De landbouwer Teenstra en mr. Marchant bestreden dezen post 14 Dec. 1920 fel als nuttelooze bureaukratie. Een inspekteur zou voor den Ned. Tuinbouwraad relaties in het buitenland aanknoopen. Dit zou ƒ 7000 per jaar kosten alleen - aan traktement (10 Juli 1919). De bestreden posten werden evenwel met 49 en 50 tegen 19 stemmen gehandhaafd (bl. 1040). Ook de aanstelling van direkteuren-generaal en van een juridische afdeeling, zooals 25 Nov. 1920 aan de orde kwam, konden niet worden bevorderd, al vroeg de minister van landbouw in zijn boosheid daarover schorsing van de behandeling van zijn hoofdstuk (bladz. 645).

LEGER EN VLOOT.

De cijfers. — Wij geven hier de cijfers van de kosten van hoofdstuk VIII (Oorlog) en VI (Marine) over de jaren 1919, 1920,

1921 en de ramingen voor 1922. Wij hebben de cijfers der suppletoire begrootingen er bij geteld, voor zoover zij waren aangenomen of voor 1921 ontworpen, alsmede de uitgaven voor het kustverdedigings-fonds. Echter lieten wij buite beschouwing de buitengewone kredieten, noodig geworden door den mobilisatietijd, zij het niet steeds met onze goedkeuring. Het zijn dus zuivere militaire uitgaven, -behalve dan onder „Marine" de gelden voor het loodswezen en de betonning. Dit zijn echter geen overwegende uitgaven (voor

1922 nog geen ƒ 91/* millioen).

Bij de beschouwing der cijfers moet worden in acht genomen, dat de aangroei der militaire begrootingen voor een deel is veroorzaakt door de noodzakelijke verhooging van loonen en traktementen. Doch dit doet niet af aan het feit, dat deze uitgaven voortvloeien uit het houden van een leger en een vloot. Zonder dit zouden al die manschappen, employé's, werklieden en ambtenaren produktieven arbeid kunnen verrichten en konden die sommen worden bespaard. Niemand zal de dupe worden van de bewering, dat leger en vloot dan toch goede werkverschaffingen zijn. Dit geld is toch oneindig beter te besteden aan produktieve werkverschaffing of desnoods, voor een gering deel, aan tijdelijke ondersteuning dier werkloos geworden personen. De uitgaven zijn:

Sluiten