Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEGER EN VTiÓOT

280

wees 5 November op de vele gerechte grieven der gemobiliseerden. Duymaer v. Twist zeide reeds, dat dit niet lag aan de kommandanten, doch aan de opperleiding, die geen acht gaf op klachten. Troelstra sprak thans o.a.:

„Ik zie in deze onlusten een opkomen tegen den geest van verachting die bij de hoogeren leeft ten opzichte van de lageren; dat men den soldaat niet ziet als een mensch, onderworpen aan een stelsel, waarbij nog meer dan anders met zijn menschelijke eigenschappen rekening moet worden gehouden, doch hem beschouwt als een machine en uitgaat van een vooropgezet dwangsysteem, alles met straf, alles met dwang, alles met het wachtwoord van den bevelhebber".

En verder:

„Menschen, die zulke domme dingen doen, die zoo roekeloos spelen met ons leger, moesten onmiddellijk worden afgezet. Ik ken den opperbevelhebber niet, ik heb nooit persoonlijk kwaad van den man gehoord, maar ik zeg: deze man moest onmiddellijk worden afgezet Want het systeem dat tot dezen toestand geleid heeft, is gegroeid onder hem, en de wijze, waarop hij na de onlusten optreedt, geeft aan, dat het in hem ook nu nog is verpersoonlijkt. En wanneer de regeering dezen man niet afzet, dan moet de regeering zelf afgezetworden. Dat is kort en klaar mijn meening over deze zaak".

Welnu, hoewel de minister Ruys nog Dinsdag 5 November verklaarde, dat de hooge legerleiding (dus de opperbevelhebber) geheel een instrument was van de regeering, en minister Althing von Geusau het beleid van de legerautoritèiten had verdedigd, kwam de minister van oorlog Woensdag 6 November verklaren:

„Niemand kan er meer dan ik van overtuigd zijn, dat de oude geest in het leger moet verdwijnen en dat de nieuwere begrippen hun intrede moeten doen.

Ik meen, mijnheer de voorzitter, dat ik bij dien hei^orfflingsarbeid bezwaarlijk zal kunnen blijven steunen op den tegenwoordigen opperbevelhebber, die, naar mijn oordeel, trots al zijn voortreffelijke eigenschappen als mensch en als militair, er niet in is geslaagd den geest van den nieuweren tijd te vatten.

Ik heb den opperbevelhebber met het vorenstaande in kennis gesteld en de generaal dient nog heden zijn. verzoek om ontslag in". (Bladz. 267.) 1

Zoo was dus het leed der gemobiliseerden eenigszins gewroken, door het ontslag van generaal Snijders.

De Iegerpolitiek van het kabinet Ruys. — Deze regeering was er steeds over uit, de Iegerpolitiek vrijwel op den ouden voet voort te zetten. Legersterkte, vestingbouw enz., zij moesten in het algemeen zoo blijven, ondanks de ervaringen van den

Sluiten