Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

311

LEVENSMIDDELEN-POLITIEK

LEVENSMIDDELEN-POLITIEK.

In het begin van de huidige parlementaire periode stond alles nog in het teeken van de levensmiddelen-voorziening. De heer v. IJsselsteijn had den heer Posthuma vervangen en niet lang -duurde het of het bleek, dat de verandering geen verbetering was. „Likwideeren", dat was de leus.

Intusschen was een der eerste werkzaamheden van de sociaaldem. fractie, de regeering over haar levensmiddelen-politiek te interpelleeren. Reeds 1 Oktober 1918 vroeg Schaper een interpellatie aan en 15 Oktober kreeg hij daartoe het woord. Het is natuurlijk nutteloos om thans nog het geheele verloop te volgen. Uit het spel vragen, aan de regeering 15 Okt. '18 gesteld, blijkt, wat de interpellatie omvatte. Zij luidde als volgt:

jt Is de regeering bereid, den uitvoer te beletten van alle levensmiddelen, voor zooveel wij die ook maar eenigszins noodig hebben voor onze eigen behoeften? Wil zij de natie daaromtrent regelmatig voorlichten?

2. Wat wenscht de regeering te doen on? de productie op eigen bodem zooveel mogelijk te bevorderen? Heeft zij reeds een goed omlijnd teeltplan, en, zoo ja, welk is dat? Is zij ook bereid krachtige maatregelen te nemen om door verbeterde afwatering en ontginning de teelt van. voedingsgewassen te bevorderen? Zal zij den verbouw van handelsgewassen ten koste van de eerste levensbelangen van ons volk met alle kracht tegengaan? Heeft zij de zekerheid, dat, nu de boeren broodkoren houden voor zich en hun gezin en hun vaste arbeiders, en hun veevoeder wordt gelaten, de overige producten eerlijk zullen worden ingeleverd? Welke waarborgen heeft zij daarvoor?

3. Hoe denkt de regeering den voortwoekerenden kettinghandel te bestrijden. Welke wetsvoorstellen zijn van haar te verwachten om haar in dien strijd beter toe te rusten, en wat denkt zij te doen ten aanzien van de bepalingen, vervat in het ingetrokken wetsontwerp tot wijziging van de Distributiewet 1916?

4. Is zij bereid, beslag te leggen op de aanwezige en verborgen voorraden en deze in de algemeene distributie te brengen, opdat de aanwezige levensbehoeften naar een rechtvaardigen maatstaf en tegen billijke prijzen over alle ingezetenen worden verdeeld?

5. Heeft de regeering de mogelijke gevolgen overwogen van opslag van aardappelen door ingezetenen, indien de toegekende en opgeslagen rantsoenen ontijdig worden verbruikt of bederven ten gevolge van onoordeelkundige behandeling?

6. Gevoelt de regeering zich verantwoord, den prijs der kleiaardappelen slechts van 91/2 op 8 cent per K.G. te verlagen? Wil de regeering alsnog prijsverlaging overwegen tot op den prijs van den vorigen winter?

7. Is de regeering voornemens, de belofte der vorige regee-

Sluiten