Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

319

LICHTE STRAFZAKEN*

gunstigen indruk gemaakt". Den klerikalen was het bovendien te duur, want het Rijk en de gemeenten moesten tezamen de kosten dragen. Het ontwerp zal wel geen wet worden.

LICHTE STRAFZAKEN.

„Ter vereenvoudiging van de rechtspleging in lichte strafzaken" werd 20 Nov. 1919 een wetsontwerp ingediend. Het Wetboek v. Strafvordering en het Wetb. v. Strafrecht werden er in herzien in dier voege, dat een p o 1 i t i e-r echter wordt ingesteld voor lichte strafzaken, die snel recht kan doen. Een lid der rechtbank, als enkelvoudige kamer, zal als zoodanig fungeeren. De hoofdstraf op het delikt gesteld mag niet zwaarder zijn dan 6 maanden ten hoogste. Oordeelt de politierechter, dat de zaak door een gewone kamer der rechtbank moet worden behandeld, dan verwijst hij de zaak daarheen. De beklaagde kan op zeer korten termijn worden gedagvaard, in overeenstemming waarmede omtrent het getal der gewone terechtzittingen van den politierechter zekere regelen zijn gesteld. Is hij op heeterdaad betrapt, voor den officier van justitie geleid, dan zal hij zelfs kunnen worden gedagvaard om nog op den dag zeiven voor den politierechter te verschijnen, in welk geval hij ter terechtzitting kan worden geleid en de dagvaarding aanvankelijk in plaats van eene opgave van het feit, dat ten laste wordt gelegd, enkel behoeft in te houden een korte aanduiding van dat feit, welke aanduiding dan op de terechtzitting tot een nadere opgave van het feit wordt uitgewerkt. Is de beklaagde voor den off. van just. geleid en aanstonds gedagvaard om nog op den dag zeiven of ter eerstkomende terechtzitting voor den politierechter te verschijnen, dan moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid, dat hij ten gevolge van die snelle wijze van aanhangig maken zijner zaak zijn verdediging niet voldoende heeft kunnen voorbereiden, met name, indien hij zich in verzekerde bewaring bevindt. De wet doet dat door te bepalen, dat de politierechter in het hierboven geschetste geval het onderzoek voor een bepaalden tijd schorst, indien de beklaagde in het belang zijner verdediging uitstel verzoekt, en dat de politierechter hem alsdan bovendien op zijn verzoek een raadsman toevoegt, indien hij zich in verzekerde bewaring bevindt., y.

Ook zou het Op. Min. de vervolging van delikten, waarop hoogstens geldstraf of 14 dagen hechtenis staat, op zekere aan den bekl. te stellen voorwaarden te kunnen nalaten,

Toen 19 Mei 1921 het ontwerp in openb. behandeling kwam, verdedigde Kleerekoper, die overigens zijn bezwaren tegen de justitie als uit ééne klasse gesproten handhaafde, den alleen sprekenden rechter, evenals de kantonrechter nu reeds alleen recht spreekt. Tegen de leden, die oordeelden, dat de beklaagde zelf moet weten, of hij voor den alleen rechtsprekenden

Sluiten