Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

320

rechter wïï 'terecht staan, bracht tSL 'zijn bezwaren mi J9aï hééft 1 de bekl. niet te beoordeelen. Hugenholtz, die als ambtenaar der reklasseering deskundige op dit gebied is, betuigde groote sympathie met de voorstellen. Hij bepleitte intusschen een ruimer ; gebruik van het instituut der vooi^aardeKfly^veroordeeling. Mr v. Sasse v. Ysselt meende 19 Mei nog, dat onze uitdrukking 1 „klassejustitie" beteekent, dat de rechters een goede en anderen een minder goede jas dragen'! Dat is, zooals KI. opmerkte, nooit Dèweerd.

De behandeling der artikelen kan door ons slechts voor de hoofdzaken worden gevolgd.

Een amend.-Sasse v. Ysselt, om het buiten vervolging stellen door den off. v. just. te bemoeilijken, bestreden o.a. door Hugenholtz, werd 20 Mei verworpen met 56 tegen 18 stemmen. Tegen eenige katholieken en vrijn.bonders (bladz. 2496).

In art. 252d wilde mr. V.' Sasse doen vervallen de bepaling, dat de op heeterdaad befrap'té denzelfden dag wotfl voorgebracht en gestraft, nrftif hij niet jiftsfel verlangt. Kleerekoper wees op de veffigheldsKlep van het HhtSfe.'3Min. HeemsïèrRj bestreed het amendement eveneens. Hr} beloofde bizondere voorschriften hieromtrent en daarna werd het amend. i n g etrffkkën. Na het aanbrengen van enkele wijzigingen werd het ontwerp 2 J'tifB'Wïl zonder hoöfdet.' stemming aangenomen.

De Eerste Kamer nam het ontwêTp 1 Juli aan en de wet verscheen 5 Juli 192t in* het Staatsblad (no. 833). Zij zou latei in werking treden.

LOODSWEZEN.

De gevaarlijke arbeid van onze loodsen en hun rechtspositie] had voortdurend de aandacht onzer mannen in de Kamer. 19 Maart 19l9'ilf(M?H»genholtz zich aan bij *en betoog van vrijz.-demokraat Oud, die bepleit bad een hervorming; van het loodswezen. Hugenholtz betoogde, „dat het personeel staat onder den ban van den inspecteur-generaal, een man dien men nooit anders hoort noemen dan in afkeurenden zin; die blijkbaar niet de minste belangstelling heeft voor het lot van de menschen die Vin hem afhankelijk zijn; die nooit voor hen te spreken is, of hen afscheept op hondsche en ruwe wijze; die nimmer iets in hun belang onderneemt en altijd de groote belemmering is voor elke vernieuwing of verbetering. Ik heb hier herhaaldelijk in denzelfden geest gesproken, maar het is mij nim-■ mer gelukt de ministers' van marine te overtuigen dat, zoolang j die functionaris blijft, er een vloek rust op het geheele loods- • wezen."

Minister Colijn had daaréntegen veel'oelangstelling voor het I personeel.

Vermelding verdient nog, dat mr. Oud sprak over de slechte: toestanden te Delfzijl en reeds op vervanging van de zeil- door:

Sluiten