Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MOEDERSCHAPSZORG

326

Kamer te verschijnen en de vergadering, waarin hun beleid wordt besproken, bij te wonen. Thans is zulk een ex-minister van alles af. De gewezen minister, die uitgenoodigd was, zou niet kunnen nalaten te verschijnen. Daarna zou desnoods een strafvervolging kunnen worden ingesteld. Voorts werd voorgesteld, om uitdrukkelijk in de wet te bepalen, dat de vervolgbaarheid op afgewezen ministers slaat.

In de afdeeling der Kamer ls dit ontwerp ongunstig ontvangen. Het ontwerp heette deels overbodig, deels ondoelmatig, ook volgens aadere sociaaldemokraten.

In ieder geval is van sociaaldem. zijde dan toch een poging in deze richting gedaan, terwijl de kommunisten vóór de verkiezingen in 1918 Uitriepen dat zij het ministerie Cort v. d. Linden— Posthuma in staat van beschuldiging zouden stellen en er later nimmer iets aan hebben gedaan. Nu des te meer was duidelijk, dat hun niets in den weg staat om dat te doen.

MOEDERSCHAPSZORG.

Sedert lang vragen de sociaaldemokraten, in het bizonder soc.-dem. Vrouwenklubs, een behoorlijke moederschaps-zorg. Op het verkiezingsprogram vindt men, ook voor de verkiezing in 1922, den eisch terug.

Suze Groeneweg stelde deze zaak wat haar betreft in de afgeloopen pari. periode aan de orde in een redevoering op 26 Febr. 1919, ter gelegenheid van de behandeling van de afd. Volksgezondheid van de Staatsbegrooting voor Arbeid. Zij wees op de groote kindersterfte en op de komende moeilijke tijden. Zij bepleitte kostelooze moederschaps-zorg, voor alle Vrouwen, die het noodig hebben, en sprak daarbij:

„Daaronder zullen ook moeten vallen de menschen in de vrije beroepen, de kleine burgers, de kleine neringdoenden, de menschen met kleine zaakjes, die' financieel ook niet in staat zijn bij bevalling de moederlijke functie naar behooren te vervullen.

Ik wil geen manier van uitkeeren aangeven. Ik wil alleen vastleggen, dat in geen geval bij zwangerschap en bevalling van ziekte mag gesproken worden. Zwangerschap is geen ziekte en dus mag er ook niet gedacht worden aan premiebetaling.

Wij moeten beseffen, dat de gemeenschap verplicht is het. leven van de nieuwe medeburgers mogelijk te maken. Ik heb mij ook altijd met en door mijn vakvereeniging gekeerd tegen het geven van kinderbijslag op het loon, omdat het niets met het loon te maken heeft. Maar daarentegen altijd sterk geijverd om alle ongehuwden en kinderloozen door middel van de belastingen te doen bijdragen aan de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van alle medeburgers, omdat ook voor hen behoud van de volkskracht van belang is. Dus ook de hulp- aan moeders, ten einde dezen in staat te stellen naar behooren haar functie te vervullen.

Sluiten