Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONDERWIJS

348

giënische eischen der scholen en gelijke leeft ij d voor toelating der kinderen. Voorts waren er voor de gelijkstelling van openbaar en bijz. onderwijs deze waarborgen:

a. De. benoeming van onderwijzers aan bijzondere scholen na vooraf met* den schoolopziener gepleegd overleg.

b. De verbetering der rechtspositie van de onderwijzers.

c. De vaststelling bij de wet van de eischen, aan welke het leerplan heeft te voldoen, met dien verstande, dat de aanspraak der gesubsidieerde bijzondere scholen op vergoeding op grond van. de ondeugdelijkheid van het leerplan slechts dan wordt verbeurd, wanneer de afdeeling lager onderwijs van den onderwijsraad uitmaakt, dat het ten opzichte van de wettelijke eischen te kort schiet.

d. De verscherping van de bepaling omtrent het minimumgetal leerlingen, hetwelk eene gesubsidieerde school moet bevatten.

Het 7e leerjaar werd ingevoerd, van alle scholen. Het instituut van „hulponderwijzeres" werd ingesteld.

Met de Staatskommissie was de minister van oordeel, dat de velerlei opleidingsvormen moeten plaats maken voor één enkelen, die eene opleiding beoogt tot minstens den 20-jarigen leeftijd voor ééne bevoegdheid, welke in vele opzichten is gelijk te stellen.met de bevoegdheid, die nu door de hoofdakte wordt verleend. De eigenlijke vakopleiding op die kweekschool diende te worden begonnen op minstens 15-jarigen leeftijd en zich aan te sluiten bij het onderwijs met algemeen programma, gelijk dat . aan scholen voor uitgebreid lager onderwijs of aan hoogere burgerscholen met driejarigen kursus gegeven wordt.

Het toezicht zou bestaan uit 4 hoofdinspekteurs, ten hoogste 30 inspekteurs, ten h. 66 schoolopzieners, ten h. 29 bureauambtenaren, nl. één voor elke inspectie. Voor plaatselijk toezicht zouden kommissiën worden ingesteld.

De opleiding der onderwijzers en hulponderwijzeressen zou tengevolge hebben eene stijging der rijksuitgaven met ƒ 8.304.700—(ƒ 3.384.980 + ƒ 100.00 ) = ƒ 4.819.72 .

Voor het 7e leerjaar zou ƒ 2.100.000 moeten worden betaald. In totaal zouden de Rijksuitgaven door de wet rond 7 millioen gldn. worden verhoogd. Wat de verdeeling der kosten over rijk en gemeenten betreft, lo. de kostenzorg voor het stichten van de schoolgebouwen, zoowel voor openbare als bijzondere scholen, zou worden gelegd op de gemeenten; 2o. de jaarwedden van het onderwijzend personeel in iedere gemeente voor de Openbare scholen en de uit de openbare kassen bekostigde bijzondere scholen zouden gelijk zijn, en de uitgaven deswege door het rijk worden gedragen; 3o. de overige exploitatiekosten, zoowel wat de openbare als wat de bijzondere scholen betreft, zouden uit de gemeentekas worden bestreden.

De gemeenten zouden ook een 7 millioen per jaar meer moeten betalen, nl. voor exploitatiekosten ƒ 1.510.000 en voor ver*

Sluiten